ECLI:NL:HR:2000:AA8199
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van eiser in cassatie in vordering tot betaling
Eiser heeft verweerster gedagvaard voor de Kantonrechter te 's-Hertogenbosch met een vordering tot betaling van ƒ 1.514,20, vermeerderd met rente en kosten tot een maximum van ƒ 5.000. Verweerster heeft de vordering bestreden. De Kantonrechter heeft eiser toegelaten tot bewijslevering maar heeft uiteindelijk de vordering afgewezen bij eindvonnis van 14 januari 1999.
Eiser heeft tegen dit vonnis beroep in cassatie ingesteld. Verweerster is in cassatie verstek verleend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart eiser niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad veroordeelt eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van verweerster nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2000.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep en veroordeeld in de kosten.