ECLI:NL:HR:1999:AA4063
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onjuiste beoordeling bevoegdheid heffing waterschapsomslag
Belanghebbende kreeg voor 1995 een aanslag ingezetenenomslag opgelegd door het waterschap Westfriesland. Na bezwaar handhaafde het Hoofd van de afdeling Heffing de aanslag, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en de aanslag. Het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad onderzocht de gemeenschappelijke regeling tussen negen waterschappen, waaronder Westfriesland en het hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier, die de uitvoering van heffing en invordering van waterschapsomslagen regelt. Het hof had geoordeeld dat het gemeenschappelijke orgaan niet bevoegd was tot het heffen van belasting en dat ook de aanwijzing van het Hoofd van de afdeling Heffing niet rechtsgeldig was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte voorbijging aan artikel 6 van Pro de gemeenschappelijke regeling, waarin het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap de bevoegdheid tot heffing van het waterschap Westfriesland heeft overgenomen. Het hof had onterecht alleen gekeken naar een aanwijzing in de zin van artikel 25 van Pro de Verordening. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage voor nader onderzoek naar de bevoegdheid van de aanslag.
De Hoge Raad wees tevens op het onderscheid tussen het vaststellen van de aanslag en het uitreiken van het aanslagbiljet door de Dienst Centrale Omslagheffing. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, en het geding zal door het verwijzingshof worden voortgezet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling.