ECLI:NL:HR:1999:AA3830
Hoge Raad
- Cassatie
- J.M.H. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die het Hof Amsterdam heeft verminderd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde meerdere middelen van cassatie, waaronder de motivering van het Hof over de samenhang van activiteiten en de toerekening van activiteiten onder de vlag van een andere vennootschap.
De Hoge Raad constateerde dat het Hof onvoldoende gemotiveerd had waarom bepaalde activiteiten als één onlosmakelijk geheel moesten worden beschouwd en welke activiteiten precies aan belanghebbende konden worden toegerekend. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het Hof niet duidelijk had gemaakt waarom sprake was van meer dan normaal vermogensbeheer.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam, behoudens de proceskostenbeslissingen, en verwees de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.