ECLI:NL:HR:1999:AA2823
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake naheffingsaanslag omzetbelasting intracommunautaire leveringen
Belanghebbende, een commanditaire vennootschap die handelt in computers en computeronderdelen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over april 1997 wegens onvoldoende bewijs dat de goederen naar een andere lidstaat waren vervoerd. De Inspecteur corrigeerde de aangifte en weigerde een teruggaaf.
Het Hof bevestigde de naheffingsaanslag en oordeelde dat belanghebbende niet het vereiste bewijs had geleverd, mede omdat de afhaaltransacties niet voldeden aan de voorwaarden van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 en de bijbehorende richtlijnen. Ook ontbraken vooraf opgemaakte en ondertekende verklaringen van de afnemer.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de bewijslast volledig bij belanghebbende had gelegd zonder het resultaat van gegevensuitwisseling tussen lidstaten te betrekken. Verder was het oordeel van het Hof over eerdere controles onbegrijpelijk omdat daarin een afhaaltransactie was betrokken. Daarom werd het arrest vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en belanghebbende kreeg vergoeding van het griffierecht. De zaak betreft de juiste toepassing van het nihiltarief voor intracommunautaire leveringen en de bewijsvereisten daarvan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor herbeoordeling naar het Gerechtshof Amsterdam.