ECLI:NL:HR:1998:AA2548
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt korting op AOW-pensioen wegens discriminatie op grond van geslacht
X kreeg een ouderdomspensioen toegekend ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) met een korting van 38% omdat zij en haar echtgenoot gedurende circa 19 jaar niet verzekerd waren voor de AOW. Deze korting werd ook toegepast op een toeslag op het pensioen. X betwistte deze korting en stelde dat de uitsluiting van de verzekering van gehuwde vrouwen in strijd was met het gelijkheidsbeginsel van artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
De Centrale Raad van Beroep handhaafde de korting, stellende dat de uitsluiting voor de periode vóór 23 december 1984 een objectieve en redelijke rechtvaardiging had, mede gelet op eerdere jurisprudentie. De Hoge Raad oordeelde echter dat vanaf 1 januari 1980, door gewijzigde maatschappelijke verhoudingen en wetgeving, de objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de uitsluiting van gehuwde vrouwen was komen te vervallen.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de Raad van Beroep, alsmede de beslissing van het Bestuur, en gelastte dat een nieuwe beslissing wordt genomen met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Sociale Verzekeringsbank tot vergoeding van proceskosten aan X.
Het arrest bevestigt dat discriminatie op grond van geslacht in de sociale zekerheidswetgeving niet langer kan worden gerechtvaardigd en dat wettelijke bepalingen die dergelijke discriminatie toestaan, moeten worden aangepast aan de veranderde maatschappelijke en juridische inzichten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eerdere uitspraken en bestuursbeslissing en gelast een nieuwe beslissing zonder de onrechtmatige korting op het AOW-pensioen.