ECLI:NL:HR:1998:AA2353
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrek van autokosten voor gehandicapte dochter bij inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 105.167,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 102.467,--. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De zaak betrof de aftrek van kosten voor de verzorging van de geestelijk en lichamelijk gehandicapte dochter van belanghebbende, die in een gezinsvervangend tehuis woont en niet zelfstandig kan reizen. Belanghebbende bracht een forfaitair bedrag voor levensonderhoud in aftrek, inclusief een evenredig deel van de autokosten voor het vervoer van zijn dochter.
De Inspecteur weigerde deze aftrek omdat niet voldaan zou zijn aan de voorwaarde dat de dochter in belangrijke mate door belanghebbende werd onderhouden. Het Hof oordeelde echter dat de autokosten specifiek waren gemaakt voor het vervoer van de dochter en daarom aftrekbaar zijn. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep.
De Hoge Raad benadrukte dat alleen de additionele kosten die specifiek voor het kind zijn gemaakt, tot de aftrekbare kosten kunnen worden gerekend. Normale gezinsuitgaven komen niet voor aftrek in aanmerking. De proceskosten werden niet aan de Staatssecretaris opgelegd, en het griffierecht werd deels verrekend met eerdere betalingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het oordeel van het Hof dat autokosten specifiek gemaakt voor het vervoer van de gehandicapte dochter aftrekbaar zijn, wordt bevestigd.