ECLI:NL:HR:1998:AA2342
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over belastingheffing bij verkoop melkquotum en toepassing stakingsvrijstelling
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd naar aanleiding van de verkoop van een melkquotum, dat hij had verkregen als rechtsopvolger van zijn vader die een melkveehouderijbedrijf had. De vader had gebruikgemaakt van de SLOM-regeling, waardoor hij geen melk mocht leveren. Belanghebbende nam de landerijen en gebouwen over en startte een akkerbouwbedrijf, maar exploiteerde daarnaast in maatschap met zijn echtgenote een melkveehouderij.
Het hof oordeelde dat het melkquotum een zelfstandig bedrijfsmiddel was behorend tot de onderneming en dat de winst uit verkoop daarvan als winst uit onderneming moest worden belast, maar dat geen sprake was van staking van een zelfstandig gedeelte van de onderneming zodat de stakingsvrijstelling niet van toepassing was.
De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en stelde dat het melkquotum inderdaad tot het ondernemingsvermogen behoorde, maar dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde bij de vraag of sprake was van staking van een zelfstandig onderdeel. De melkveehouderij vormde een zelfstandig onderdeel van de onderneming, ook al was de exploitatie uitbesteed en was de activiteit slechts kortdurend. Daarom was de stakingsvrijstelling van toepassing en werd de aanslag verminderd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag met toepassing van de stakingsvrijstelling voor de verkoop van het melkquotum.