ECLI:NL:HR:1997:AA3287
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Belastingvrijstelling voor uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 niet van toepassing
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1993, waarin een uitkering op grond van artikel 21b van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) niet werd vrijgesteld van belasting. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. In cassatie stelde belanghebbende dat deze uitkering wel onder de vrijstelling van artikel 11, lid 1, letter m van de Wet op de loonbelasting 1964 viel.
De Hoge Raad overwoog dat de uitkering volgens de Wuv bestemd is voor niet-meetbare invaliditeitskosten die niet als buitengewone last aftrekbaar zijn, in tegenstelling tot de medische kosten die wel onder de vrijstelling vallen. Daarom kan deze uitkering niet worden vrijgesteld van belasting.
Voorts oordeelde de Hoge Raad dat het onderscheid tussen deze uitkering en de vaste toeslag voor medisch-sociale kosten, die wel belastingvrij is voor bepaalde oud-deelnemers aan het verzet en zeelieden-oorlogsslachtoffers, objectief en redelijk is. De toeslag betreft kosten die doorgaans als buitengewone lasten worden erkend, terwijl de uitkering op grond van artikel 21b Wuv juist niet.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de uitkering op grond van artikel 21b Wuv niet belastingvrij is.