ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6025
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van aftrek niet-meetbare invaliditeitskosten bij Wuv-uitkering
Belanghebbende, een uitkeringsgerechtigde krachtens de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv), maakte bezwaar tegen de weigering van de Inspecteur om een bedrag gelijk aan de vergoeding voor niet-meetbare invaliditeitskosten (NMIK) als buitengewone last in aftrek te nemen bij de inkomstenbelasting over 1996.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende zonder meer mocht aannemen dat de NMIK als buitengewone last aftrekbaar was, of dat het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel haar daartoe recht gaven, en wat de hoogte van de vergoeding was. Het hof oordeelde dat de NMIK niet zonder meer aftrekbaar is, dat er geen begunstigend beleid was dat ten nadele van belanghebbende werd toegepast, maar dat belanghebbende wel mocht vertrouwen op de vaststellingsovereenkomst met de Inspecteur.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van fl. 22.183,= en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak benadrukt het belang van de vaststellingsovereenkomst en het beschermde vertrouwen daarop in belastingzaken.
Uitkomst: Het hof vernietigt de bestreden uitspraak, vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van fl. 22.183,= en gelast vergoeding van het griffierecht.