ECLI:NL:HR:1997:AA3219
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen ondernemerschap bij enkel bezit van obligaties voor omzetbelasting
De commanditaire vennootschap X te Z stelde zich in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een naheffingsaanslag omzetbelasting voor de periode van 1 januari 1987 tot en met 1 maart 1991.
De Hoge Raad verwees eerder prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, dat op 6 februari 1997 oordeelde dat het enkel in eigendom verwerven en houden van obligaties die niet dienstbaar zijn aan andere ondernemingsactiviteiten, en het genieten van inkomsten daaruit, niet kwalificeert als economische activiteit die belastingplicht oplevert.
Op basis van deze prejudiciële uitspraak verwierp de Hoge Raad de middelen van cassatie die stelden dat het verwerven en houden van obligaties wel een economische activiteit of kredietverstrekking zou zijn. De vennootschap was derhalve geen ondernemer in de zin van de omzetbelastingwetgeving en kon geen aanspraak maken op teruggaaf van omzetbelasting.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en bevestigde het arrest van het Gerechtshof, waarbij het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het enkel houden van obligaties geen ondernemerschap en belastingplicht voor de omzetbelasting oplevert.