ECLI:NL:HR:1997:AA2175
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling kapitaalsbelasting bij inbreng gehele vermogen binnen concern
De zaak betreft een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting opgelegd aan X B.V. wegens de inbreng van het gehele vermogen door haar houdstermaatschappij C B.V. bij oprichting. De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie tegen het vernietigende oordeel van het Hof Arnhem dat de inbreng was vrijgesteld op grond van artikel 7, lid 1, van de Richtlijn 69/335/EEG.
De Hoge Raad overweegt dat de Richtlijn rechtstreekse werking heeft en dat de vrijstelling ook geldt indien de inbreng door de kapitaalvennootschap onmiddellijk gevolgd wordt door een overeengekomen overdracht van een wezenlijk deel van het ingebrachte vermogen aan een andere vennootschap binnen hetzelfde concern. Hiermee komt de Hoge Raad terug op eerdere jurisprudentie die dit onderscheid niet maakte.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Staatssecretaris en bevestigt dat de inbreng van het gehele vermogen, ook als dit wordt opgesplitst en doorgebracht binnen het concern, recht geeft op volledige vrijstelling van kapitaalsbelasting. Tevens wordt het beroep op het vertrouwensbeginsel door het hof terecht geaccepteerd. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting vernietigd.