ECLI:NL:HR:1996:AA2050
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt invordering invorderingsrente over niet-onherroepelijke belastingverhoging
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd inclusief een verhoging. Na bezwaar en beroep werd door het hof gedeeltelijke kwijtschelding van de verhoging verleend. Vervolgens bracht de ontvanger invorderingsrente in rekening over het bedrag van de verhoging vanaf de vervaldatum tot de betaling.
Belanghebbende stelde dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt dat over perioden vóór onherroepelijke vaststelling van de verhoging invorderingsrente wordt geheven. Het hof oordeelde dat de invordering van rente vóór onherroepelijke vaststelling onrechtmatig was omdat de verhoging een sanctie is en niet eerder kan worden ingevorderd dan na onherroepelijkheid.
De Hoge Raad oordeelt anders en bevestigt dat het EVRM geen regels bevat die invordering van rente over niet-onherroepelijke verhogingen verbieden. Het hof heeft onjuist de maatstaf van het strafrecht toegepast terwijl de verhoging niet onder het strafrecht valt. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bevestigt de beschikking van de ontvanger tot invordering van rente.
De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en bepaalt terugbetaling van griffierecht. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren op 9 oktober 1996.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat invorderingsrente kan worden geheven over een belastingverhoging voordat deze onherroepelijk is geworden.