ECLI:NL:HR:1996:AA1907
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over kostprijsbepaling en provisie bij verwerving deelneming in vennootschapsbelasting
In deze zaak betrof het een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1987 opgelegd aan X N.V. naar aanleiding van een boekenonderzoek. De discussie draaide om de verwerking van een ontvangen provisie bij de plaatsing van aandelen in een deelneming, waarbij X N.V. zelf ook aandelen nam. Het Hof Amsterdam had geoordeeld dat de provisie niet tot de kostprijs van de deelneming behoorde, maar als winst moest worden gerekend.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de provisie die betrekking heeft op de aandelen die belanghebbende zelf heeft genomen, moet worden verwerkt in de kostprijs van die deelneming. Dit betekent dat de provisie verminderd met de kosten, het bedrag van de kostprijs verlaagt. Het Hof had ten onrechte geen oorzakelijk verband tussen provisie en kostprijs aangenomen.
Verder verwierp de Hoge Raad het standpunt van het Hof dat negatieve kosten bij aankoop tot winst moeten worden gerekend, en bevestigde dat kosten die op de verwerving van een deelneming drukken, tot de kostprijs behoren. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bepaalde dat de navorderingsaanslag dienovereenkomstig verminderd moest worden. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de navorderingsaanslag door provisie over zelfgenomen aandelen in mindering te brengen op de kostprijs van de deelneming.