ECLI:NL:HR:1996:AA1874
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- Herrmann
- C.H.M. Jansen
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak hof over zuiveringsheffing woonruimten met gemeenschappelijke voorzieningen
Belanghebbende is eigenaar van een pand bestaande uit drie etages, elk bewoond door één persoon, waarbij de badkamer op de eerste verdieping gemeenschappelijk wordt gebruikt. Voor het jaar 1989 werd een aanslag zuiveringsheffing opgelegd door de provincie Utrecht, die na bezwaar werd gehandhaafd. Het hof vernietigde deze aanslag en oordeelde dat elke etage een zelfstandige woonruimte vormde in de zin van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de provinciale verordening.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte elke etage als zelfstandige woonruimte heeft aangemerkt, omdat de zelfstandigheid van een woonruimte mede afhangt van de aanwezigheid van wezenlijke voorzieningen zoals een eigen badkamer of toilet. Het feit dat de badkamer gemeenschappelijk is, betekent dat niet kan worden gesproken van zelfstandige woonruimten.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof, behoudens het griffierecht, en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nadere beoordeling, waarbij ook de nog niet behandelde stellingen van belanghebbende in acht moeten worden genomen. Tevens wordt de proceskostenveroordeling in cassatie niet toegewezen en wordt de beoordeling van proceskosten aan het verwijzingshof overgelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor nadere behandeling terug naar het gerechtshof.