ECLI:NL:HR:1996:AA1855
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling leeftijdsterugstellingen bij waardering pensioenverplichtingen eigen beheer
De zaak betreft een geschil over de waardering van pensioenverplichtingen van een directeur-grootaandeelhouder en diens echtgenote binnen een besloten vennootschap. De Inspecteur had een terugwentelingsbeschikking genomen waarbij een bepaald verliesbedrag werd gehanteerd. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij het Hof, dat de beschikking vernietigde en een hoger verliesbedrag vaststelde.
In cassatie stelde de Staatssecretaris dat de toegepaste leeftijdsterugstellingen bij de actuariële waardering van de pensioenverplichtingen niet in overeenstemming waren met goed koopmansgebruik, omdat deze terugstellingen mede een compensatie voor autoselectie bevatten en dus niet toegepast mochten worden bij eigen beheer.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof terecht had geoordeeld dat de leeftijdsterugstellingen die door levensverzekeringsmaatschappijen worden toegepast ook in de situatie van eigen beheer mogen worden gebruikt. Dit is in lijn met goed koopmansgebruik, eenvoud en voorzichtigheid. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van belanghebbende in cassatie en legde een recht van griffierecht op. Het arrest werd op 13 maart 1996 uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de toegepaste leeftijdsterugstellingen bij pensioenwaardering in eigen beheer zijn toegestaan.