ECLI:NL:HR:1996:AA1798
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar omzetbelasting gemeente Almelo over bouwterrein
De gemeente Almelo had in januari 1990 een perceel grond verkocht en daarbij omzetbelasting in rekening gebracht en betaald. Later stelde zij dat deze belasting onterecht was voldaan, omdat het perceel niet als bouwrijp terrein kwalificeerde volgens het arrest Sint-Oedenrode. Zij diende een bezwaarschrift in, maar dit werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het Hof bevestigde deze beslissing.
De gemeente stelde dat Nederland zijn omzetbelastingwetgeving niet tijdig had aangepast aan de Zesde Richtlijn en dat daardoor de nationale bezwaartermijn niet kon lopen. De Hoge Raad oordeelde dat het begrip bouwterrein volgens de Nederlandse wetgeving en jurisprudentie niet in strijd is met de Zesde Richtlijn en dat de bezwaartermijn terecht is toegepast.
De Hoge Raad overwoog uitgebreid de relevante Europese jurisprudentie, waaronder het arrest Emmott, en bevestigde dat zolang een richtlijn niet correct is omgezet, de nationale termijnen niet mogen verlopen, tenzij de rechten voor particulieren voldoende duidelijk en kenbaar zijn. In dit geval was dat niet anders en de nationale regels bleven van toepassing. De Hoge Raad wees het beroep af en stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om verdere verduidelijking te verkrijgen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens overschrijding van de bezwaartermijn.