ECLI:NL:HR:1997:AA2168
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een besloten vennootschap, verkreeg op 11 februari 1988 een perceel industrieterrein van circa 4 hectare van de gemeente R. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, die na bezwaar werd verminderd maar niet volledig kwijtgescholden. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, verminderde de aanslag en schold de verhoging geheel kwijt.
In cassatie betoogde belanghebbende dat het perceel niet bouwrijp was gemaakt en dat daarom geen overdrachtsbelasting verschuldigd was. Het Hof had geoordeeld dat het storten van 11 m3 zand op het perceel onvoldoende was om het als bouwrijp te kwalificeren, hetgeen volgens de Hoge Raad niet in strijd was met Europese richtlijnen.
Het Hof had echter onbegrijpelijk geoordeeld over de waarde van het perceel, waarbij het niet uitging van de betaalde koopsom maar van andere uitgangspunten. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
Daarnaast werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie moest vergoeden. Het arrest werd op 23 april 1997 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling.