ECLI:NL:HR:1995:AA3121
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering teruggaaf loonbelasting onder 35%-regeling ondanks beroep op EG-verdrag
De Inspecteur heeft voor het jaar 1990 aan belanghebbende, die sinds 1 december 1990 in Nederland woont en werkt, de teruggaaf van loonbelasting geweigerd op grond van artikel 64, lid 2, aanhef en letter h, onder 2e, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende maakte gebruik van de 35%-regeling waardoor hij als fictief buitenlandse belastingplichtige werd beschouwd.
Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de weigering bevestigd. Belanghebbende stelde in cassatie dat deze wettelijke bepaling indirecte discriminatie op grond van nationaliteit inhoudt en strijdig is met artikel 48, lid 2, EG-verdrag. De Hoge Raad oordeelt echter dat de weigering niet voortvloeit uit het feit dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van zijn gemeenschapsrechtelijke vrijheid en dat hij feitelijk in Nederland woonde en werkte.
De Hoge Raad verwijst naar het arrest Schumacker van het Hof van Justitie en concludeert dat hier geen ongerechtvaardigde discriminatie aan de orde is. Het beroep wordt verworpen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering van teruggaaf loonbelasting onder de 35%-regeling bevestigd.