ECLI:NL:HR:1995:AA1687
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in cassatie over tijdige naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende exploiteerde een groothandel in sanitair en kreeg voor de jaren 1987 tot en met 1990 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. De Inspecteur had de aanslag met een verhoging van 100% opgelegd, waarvan 50% werd kwijtgescholden. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij het Hof Den Haag, dat de aanslag en de weigering tot verdere kwijtschelding bevestigde.
In cassatie stelde belanghebbende dat de aanslag niet tijdig was opgelegd, omdat het aanslagbiljet pas na de wettelijke termijn was ontvangen door een onjuiste adressering. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur de aanslag binnen de wettelijke termijn had vastgesteld en dat belanghebbende op de hoogte was van de aanslag, ondanks de late ontvangst van het aanslagbiljet.
De Hoge Raad overwoog dat bij een onjuiste adressering door de belastingadministratie de datum van verzending aan het juiste adres geldt als datum van terpostbezorging, tenzij aannemelijk is dat de belastingplichtige toch binnen de termijn op de hoogte was van de aanslag. Het Hof had niet vastgesteld dat belanghebbende vóór de wettelijke termijn op de hoogte was, waardoor het oordeel niet met redenen was omkleed.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de proceskostenveroordeling. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling.