ECLI:NL:PHR:2011:BV9529
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bekendmaking aanslag en doorgeven adreswijzigingen aan de Belastingdienst
Belanghebbende emigreerde in 2004 naar Zwitserland en verhuisde daar in 2007 binnen het land. Hij gaf zijn nieuwe adres op in de elektronische aangifte over 2006, maar de Belastingdienst verwerkte dit adres niet. De aanslag over 2004 werd verzonden naar het oude adres en retour ontvangen als onbestelbaar. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de Belastingdienst de aanslag op de voorgeschreven wijze bekend had gemaakt omdat belanghebbende de adreswijziging niet op de door de Belastingdienst voorgeschreven wijze had doorgegeven. De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte niet heeft beoordeeld of de Inspecteur de verzending van het aanslagbiljet aannemelijk heeft gemaakt en dat de Belastingdienst niet zonder rechtsgrond mag eisen dat adreswijzigingen alleen op een bepaalde wijze worden doorgegeven.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug voor nadere feitenvaststelling en beoordeling, onder meer over de vraag of belanghebbende zijn adreswijziging daadwerkelijk in de elektronische aangifte heeft doorgegeven en of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Tevens moet worden beoordeeld of de aanslag tijdig is vastgesteld binnen de wettelijke termijn. De zaak bevat uitgebreide overwegingen over de bewijslast, bekendmaking van besluiten, en de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nadere feitenvaststelling en beoordeling.