ECLI:NL:HR:1995:AA1686
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrek levensonderhoud dochter bij studie in VS
Belanghebbende had voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gekregen, die na bezwaar door de Inspecteur was verminderd. Het Hof Amsterdam bevestigde deze vermindering, waarbij het Hof oordeelde dat de door belanghebbende aan zijn studerende dochter verstrekte bijdrage niet als aftrekbare kosten van levensonderhoud kon worden aangemerkt omdat hij redelijkerwijs een lening had kunnen verstrekken.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat een toekomstverwachting op basis van een studie voldoende is om aftrek te weigeren. Ook mocht het Hof geen rekening houden met het vermogen van de dochter, dat bestond uit een vordering op haar vader en studieschulden. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur.
De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 45.027,--. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur in de proceskosten en wijst de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 45.027,--.