ECLI:NL:GHARN:2002:AF0112
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vermindert aanslag inkomstenbelasting 1999 wegens juiste bepaling ondersteuningsbehoefte studerende dochter
Belanghebbende maakte tijdig beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 1999, waarbij het geschil zich richtte op de vraag of de door zijn studerende dochter opgenomen studiefinancieringslening van invloed is op haar ondersteuningsbehoefte volgens artikel 46 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Hof stelde vast dat de dochter in 1999 nauwelijks over eigen vermogen beschikte en dat de lening haar vermogenspositie niet versterkte. De ondersteuningsbehoefte wordt voornamelijk bepaald door inkomsten en vermogen, waarbij een lening in principe niet leidt tot vermindering van die behoefte.
De aftrek voor het vierde kwartaal werd vastgesteld op ƒ 675,-, conform het subsidiaire standpunt van de Inspecteur. Het totale aftrekbare bedrag werd vastgesteld op ƒ 3.375,-, waardoor het belastbaar inkomen werd verminderd tot ƒ 49.029,- (€ 22.248,39).
Het beroep van belanghebbende werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard. Tevens werden de proceskosten van belanghebbende toegewezen en werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatie mogelijk, tenzij er binnen vier weken een schriftelijke uitspraak wordt verzocht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1999 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 49.029,- en de proceskosten worden toegewezen aan belanghebbende.