ECLI:NL:HR:1994:AA3007
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijslevering bij niet-tijdige aangifte inkomstenbelasting 1986
Belanghebbende kreeg voor 1986 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van 200.000 gulden, vermeerderd met een verhoging wegens niet tijdige aangifte. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat hij een negatief belastbaar inkomen had, onderbouwd met een ingevuld aangiftebiljet en cijfermatige toelichtingen, maar kon geen volledige jaarstukken overleggen.
Het Hof oordeelde dat zonder de vereiste stukken geen bewijs was geleverd dat de aanslag onjuist was, en dat een aanbod om schriftelijk bewijs te leveren tijdens de zitting niet volstaat. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd ondanks ruime gelegenheid. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep.
De Hoge Raad benadrukte dat een belastingplichtige die niet tijdig aangifte doet, de bewijslast draagt om de aanslag te weerleggen met overtuigend bewijs, en dat het niet mogelijk is deze bewijslast te vervullen door enkel een aanbod tot bewijslevering tijdens de zitting. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1986 wordt gehandhaafd.