ECLI:NL:HR:1994:AA2999
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardeheffing onroerende-zaakbelastingen bij gesplitste panden
Belanghebbende werd voor het jaar 1989 aangeslagen voor onroerende-zaakbelastingen over meerdere onroerende zaken binnen een pand te Amsterdam. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen, waarop belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof vernietigde de aanslagen voor twee van de onroerende zaken, maar bevestigde de aanslagen voor de overige.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de bevestiging door het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat het pand drie afzonderlijke belastingobjecten bevat. Voor de waardebepaling van deze objecten moet volgens het Hof bij wijze van fictie worden uitgegaan van de volle en onbezwaarde eigendom van elk object afzonderlijk, ook als splitsing formeel niet mogelijk is.
De Hoge Raad verwierp de klachten van belanghebbende die een andere opvatting voorstonden en zag geen aanleiding tot nadere motivering. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en bepaalde terugbetaling van een gestorte griffierecht. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de aanslagen worden bevestigd zoals door het Hof vastgesteld.