Uitspraak
[woonplaats].
v.o.f. [A] B.V. i.o. -zakelijk weergegeven-:
[verbalisant 2] , respectievelijk opperwachtmeester der rijkspolitie-districtsrechercheur van de recherchegroep Dordrecht en brigadier-rechercheur van de gemeentepolitie te Dordrecht, onder meer inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant 1] – zakelijk weergegeven -;
[verbalisant 4] , respectievelijk opperwachtmeester der rijkspolitie-districtsrechercheur van de recherchegroep Dordrecht en looninspecteur van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, als bijlage 1/V 27.4 opgenomen echter proces-verbaal 5105/83, onder meer inhoudende als op
17 oktober 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring – zakelijk weergegeven – van verdachte:
[verdachte] zijn beiden weer gemachtigd op de rekening.
1 november 1983 aan verbalisant afgelegde verklaring – zakelijk weergegeven – van verdachte:
[verbalisant 8] , respectievelijk hoofdcontroleur van de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst en hoofdcontroleur A ter Inspectie Invoerrechten en Accijnzen, als bijlage 1/41/V 29.2 opgenomen achter proces-verbaal 5108/83, onder meer inhoudende als op 1 november 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 2] , wonende te [woonplaats] , - zakelijk weergegeven -:
[verbalisant 4] , respectievelijk opperwachtmeester der rijkspolitie-districtsrechercheur van de recherchegroep Dordrecht en looninspecteur van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, als bijlage 1/41/V 27.1 opgenomen achter proces-verbaal 5108/83, onder meer inhoudende als op
17 oktober 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring – zakelijk weergegeven – van verdachte:
[verbalisant 8] , respectievelijk opperwachtmeester der rijkspolitie-districtsrechercheur van de recherchegroep Dordrecht en hoofdcontroleur A ter Inspectie Invoerrechten en Accijnzen, als bijlage 1/41/G 12.1 opgenomen achter proces-verbaal 5108/83, inhoudende als op 19 april 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 12] , wonende te [woonplaats] , - zakelijk weergegeven -:
[verbalisant 10] , respectievelijk looninspecteur van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor en hoofdagent-rechercheur van de gemeentepolitie te Gorinchem, als bijlage 1/41/G 2.1 opgenomen achter proces-verbaal 5108/83, inhoudende als op 25 maart 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 16] , wonende te [woonplaats] – zakelijk weergegeven -:
24 tot en met 29 van 1982, d.i. de periode van
14 juni 1982 tot en met 23 juli 1982zijn de basis van een aantal facturen die hieronder zullen worden opgesomd.
f 16.835,-. De factuur is nr. 82.06.044. De offerte werd opgemaakt d.d. 18 juni 1982, offerte en opdracht worden dus gemaakt aan het einde van de periode waarin de werkzaamheden zijn verricht.
f 22.540,-.
Faktuur nr. 82.07.007 toont dat bedrag.
Berekend werden 618 uren à f 35,- = f 21.630,-. Afgerekend werd 617 ¼ uur à f 35,- =
f 21.603,75– hetgeen is afgerond op
f 21.600,-.Zie factuur nr. 82.07.027.
Object en aantal uren zijn vermeld op bijlage 3.
De factuur vermeldt “aanneemsom” met dit bedrag.
f 19.670,-. De opdrachtbon is gedateerd op
17 mei 1982. De factuur nr. 82.07.057, met dezelfde tekst als op de opdrachtbon is ook bijgevoegd. Afrekening kan niet anders zijn dan op basis van uren.
f 18.340,-.Op de achterzijde van de gele bon nr. 10676 worden echter nog eens 36 uren extra vermeld, zodat er totaal afgerekend werd 560 uren maal f 35,- =
f 19.600,-.
De opdracht werd gemaakt in
week 30en wel op 26 juli 1982, dus na de verrichte werkzaamheden.
week 24
Totaal aantal uren 481
nummer 09648
Totaal aantal uren 546
nummer 9681
Totaal aantal uren 644
nummer 09695
Totaal aantal uren 618 (na doorhaling van 706 uren)
700
Totaal aantal uren 562
Totaal aantal uren 524
Bonnr.: 09648
Laswerk aan secties 8522/8523, lassen van boxes 2051/2052 slijpen
diverse onderdelen in de panelenstraat f 16.835,-
…..
Het verrichten van laswerk aan de secties 8522/8523.
Het lassen van boxes 2051/2052 en het slijpen van diverse onderdelen
in de panelenstraat f 16.835,-
….. bieden wij U aan onderstaande werkzaamheden in eigen beheer op Uw bedrijf uit te voeren.
….. vaste prijs f 19.100,- excl. B.T.W.
….. Bonnr.: 09695
….. Aanneemsom f 22.540,-
….. Aanneemsom f 21.600,-
….. Aanneemsom f 24.500,-
….. Voor U uitgevoerd het slijpen van bovendekse boxgirders, secties
van tek. 30 en de halfprodukten in de hallen 2 en 7 f 12.040,-
Voor het werken in avonddiensten en op zaterdag in de hallen van de scheepsbouwloods om het N.S.M. program te kunnen volgen.
voor zover inhoudende:
….. Aanneemsom f 19.600,-
[verbalisant 7] , respectievelijk opperwachtmeester der rijkspolitie-districtsrechercheur van de recherchegroep Dordrecht en hoofdcontroleur van de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst als bijlage 1/43/D 1 opgenomen achter proces-verbaal 5106/83, onder meer inhoudende als verklaring van verbalisanten dan wel een hunner:
Gezien de loop van het gesprek heeft [betrokkene 17] van zijn personeel doorgekregen hoeveel uren in de week 40 bij Ravestein B.V. zijn gemaakt. Hij heeft hiervan zijn berekening gemaakt en heeft voor zich zelf berekend dat er een factuur gemaakt moet worden, groot f 13420,-. Hij wacht echter op de opdracht en heeft die kennelijk voor zich als hij naar Ravestein B.V. belt. Hij blijkt, dat de opdracht gekregen te hebben, groot f 13200,-. Uit dit gesprek blijkt, dat de opdracht is gemaakt naar aanleiding van een optelling van gewerkte uren in week 40.
Uit het gesprek blijkt, dat het gaat om de order de dato 29 september 1982, onder nummer 175.
Uiteindelijk belt [betrokkene 17] dan naar Ravestein B.V. en zegt, dat ze met zeven of negen komen vanavond. In het gesprek met [betrokkene 18] is er voor die avond een uurprijs van f 40,- bedongen. Volgens de crediteuren-administratie van Ravenstein B.V. is er op 7 januari 1983 een opdracht verstrekt aan [A] B.V. i.o. ad. f 1920,-. Dit moeten zijn 48 manuren van f 40,-.
Beide opdrachten zijn geantidateerd en zijn opgemaakt naar aanleiding van de gemaakte uren in de weken 2 en 3 van 1983. (10 tot en met 21 januari 1983). Volgens [betrokkene 18] zou het werk zijn voor vier weken. Het werk zou worden uitgevoerd door 5 personen. Deze 5 personen zouden in vier weken totaal 160 uur werken per persoon. Per 5 personen is dat in totaal 800 uur maal het afgesproken uurtarief à f 35,-, is totaal f 28.000,-. De opdrachten van 10 en 12 januari 1983 bedragen de helft van het werk voor vier weken.
verklaarde dat wanneer op urenbasis werd gewerkt, de opdrachten achteraf worden opgemaakt. Tevens zei hij dat de omschrijving op de opdrachten in zulke gevallen fictief was.
Het bedrijf [A] B.V. i.o. werkt bij Ravestein. Bij [A] B.V. i.o. was naar mijn mening [betrokkene 2] de man op kantoor en [verdachte] was de man die verstand had van het werk. Met [verdachte] bedoel ik degene die [naam 2] werd genoemd. De opdrachten werden dan ook door [naam 2] aangenomen. In zijn algemeenheid kan ik stellen dat er voor ongeveer 25% op uurbasis is gewerkt.
Wanneer op uurbasis werd gewerkt, werd de opdracht achteraf opgemaakt. De datering van de opdrachten gebeurde dan niet met nauwkeurigheid en daarom moet u zich daarop niet blind staren. Ook de omschrijving op de opdrachten was in zulke gevallen fictief.
De door mij gemaakte opdrachten werden naar [A] B.V. i.o. gezonden.
Daar werden de opdrachten voor akkoord ondertekend en met de factuur weer teruggezonden naar Ravestein. Over het uurbedrag werd zo 3 maal per jaar met [A] B.V. i.o. onderhandeld.
Meestal werd het uurtarief voor mij opnieuw inzet van onderhandelen wanneer [A] B.V. i.o. een tijdje niet op de werf was geweest. Ik was degene die onderhandelen met [A] B.V. i.o. over het uurtarief.
Ik begrijp dat wanneer er op deze wijze een opdracht tot stand wordt gebracht, niet meer kan worden gesproken van het aannemen van werk.
[verbalisant 11] , respectievelijk hoofdcontroleur van de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst en hoofdcontroleur A ter Inspectie Invoerrechten en Accijnzen, als bijlage 1/43/V 29.1 opgenomen achter proces-verbaal 5106/83, onder meer inhoudende als op 2 november 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 2] , wonende te [woonplaats] , - zakelijk weergegeven -:
Het factuurbedrag kwam tot stand door het aantal gewerkte uren te vermenigvuldigen met het afgesproken uurbedrag. Er is dus steeds sprake geweest van het uitlenen van personeel. De omschrijving op de facturen aan deze opdrachtgever, waaruit de conclusie getrokken zou kunnen worden, dat er sprake zou zijn van “aangenomen werk”, is dus niet overeenkomstig de waarheid. De omschrijving had zodanig moeten zijn, dat duidelijk naar voren was gekomen, dat [A] B.V. i.o. personeel had uitgeleend. Dit werd echter niet gedaan, omdat bekend was, dat het uitlenen van personeel strafbaar was. De omschrijving op de facturen werd overgenomen van de opdrachten, welke door de opdrachtgever aan ons werden verstrekt. Aangezien zowel de opdrachtgever en [A] B.V. i.o. de bedoeling hadden om arbeidskrachten in- en uit te lenen, is de omschrijving op deze opdrachten evenmin overeenkomstig de waarheid. Van mij werd door de opdrachtgever niets meer verlengd dan het leveren van personeel.
Ik heb nagenoeg altijd voor [A] B.V. i.o. gewerkt bij Ravestein te Deest. Bij Ravestein heb ik altijd te maken gehad met de lasbaas. Deze was in dienst bij Ravestein. Op de werf bij Ravestein werkt ik gewoon samen met de mensen van Ravestein. De lasbaas was niet alleen onze baas maar ook de baas over de mensen van Ravestein. Het materiaal dat wij gebruikten werd door Ravestein verstrekt. Als we oude of versleten spullen hadden, gingen we naar het magazijn bij Ravestein en kregen tegen inlevering van de oude materialen nieuwe verstrekt.
…..Bouwnummer 175.
…..Aanneemsom f 13.200,-.
…..Aanneemsom f 1920,-.
…..Aanneemsom f 11.000,-.
Onder genoemde 18 werknemers zijn er 4, te weten [betrokkene 22] , [betrokkene 23] , [betrokkene 24] en [betrokkene 25] , die geen arbeid hebben verricht, terzake waarvan door [B] facturen werden afgegeven aan opdrachtgevers.
De overige 14 werknemers hebben in totaliteit gedurende 1123 dagen arbeid verricht.
Uit de op 24 februari 1983 inbeslaggenomen administratieve bescheiden blijkt, dat in 1982 werd gefactureerd aan [A] B.V. i.o., [a-straat 1] te Dordrecht tot een bedrag van 2.694.085,-. Derhalve is er een verschil van f 2.379.645,-.
Tevens toont u mij de in dat overzicht opgenomen facturen en opdrachten en de daarbij behorende bankbescheiden. Ik herken deze bescheiden en ik verklaar uitdrukkelijk dat de facturen door mij werden vervaardigd en dat voor de in rekening gebrachte bedragen geen enkele prestatie is verricht door [B] .
U zegt mij dat u in totaal voor een bedrag van f 2.694.058,- door [B] is gefactureerd aan [A] B.V. i.o.
diverse verloopstukken en stuiken aflassen
in de pijpen, het geheel volgens Uw opdracht
d.d. 24 juni 1982, berekenen wij U, de over-
eengekomen aanneemsom van:
Oosthal van de lasloods, berekenen wij U,
volgens Uw opdracht d.d. 28 juni 1982 de
overeengekomen aanneemsom van:
voor zover inhoudende:
Er is door [B] wel bij ons gewerkt maar niet voor een bedrag van 2,7 miljoen.
Ik zie dat ik een aantal opdrachten aan [B] zelf heb ondertekend.
Ik herken mijn handtekening.
- zakelijk weergegeven - :
De loonsom verminderd met het loon van de witte werknemers was het bedrag dat op de valse factuur moest worden vermeld.
De opdrachten werden meestal gehaald op de dinsdag voorafgaande aan de donderdag dat Van [betrokkene 26] en [betrokkene 26] met de facturen en het geld kwamen.
[B] heeft éénmaal daadwerkelijk voor [A] B.V. i.o. gewerkt.
Die periode zal ongeveer 2 weken geduurd hebben. Ik had toen ineens een heleboel lassers nodig. [betrokkene 26] heeft deze lassers aan [A] B.V. i.o. geleverd. Buiten die periode heeft [B] nimmer voor [A] B.V. i.o. gewerkt. De [B] -facturen zijn dan ook allemaal valselijk opgemaakt. Zelfs de facturen uit de periode dat [B] wel werkte voor [A] B.V. i.o., omdat de facturen in die periode werden verhoogd met de bedragen die ik tekort kwam voor het betalen van de zwarte lonen.
De facturen van [B] zijn enkele en alleen maar gebruikt en in de administratie van [A] B.V. i.o. verwerkt met het doel de controlerende in stanties te misleiden en de afdrachte van de sociale laste en de belastingen zo laag mogelijk te houden.
Het aantal lassers wat ik nodig had van [B] komt overeen met het aantal namen voorkomend op de brief van [B] d.d. 1 juli 1982 aan [A] B.V. i.o..
Ik betaalde voor die ingeleende mensen f 32,50 per uur. Het totaalbedrag zal ongeveer f 120.000,-- zijn geweest. Al het meerdere gefactureerde door [B] is dus ter dekking van de zwarte lonen geweest die door [A] B.V. i.o. werden uitbetaald.
De opdrachten van [A] B.V.i.o. aan [B] en de valse facturen van [B] aan [A] B.V. i.o. werden allemaal geantidateerd. Het betroffen steeds werkzaamheden die door [A] B.V.i.o. reeds waren verricht en waarvan het projekt bij de opdrachtgever reeds klaar was.
Deze lijst met namen heb ik gegeven aan Van [betrokkene 26] of [betrokkene 26] . Op de gegeven lijst zullen een 100-tal namen door mij zijn geplaatst. Deze lijst zou door [B] verder worden aangevuld met namen van personeelsleden die gedurende een korte periode via [B] bij [A] B.V. i.o. hadden gewerkt. Deze lijst diende om te bewijzen dat [A] B.V. i.o. zogenaamd mensen had ingeleend van [B] om op die manier de geloofwaardigheid van de [B] -facturen te verhogen. Het aantonen van de geloofwaardigheid van die fictieve facturen moest gebeuren tegenover de officiële instanties zoals onder andere de belastingdienst en het G.A.K..
De verzamelloonstaat van 1981 is gedateerd 13 januari 1982 en vermeldt 63 verschillende werknemers.
De verzamelloonstaat van 1982 is gedateerd 25 januari 1983 en vermeldt 102 verschillende werknemers.
Voor 1981 bedraagt dit aantal, buiten de geregistreerden, 428 werknemers/namen en voor 1982 is dit 431 werknemers/namen.
Op dit moment was er net een onderzoek aan de gang van het G.A.K. naar de loonadministratie, deze was onvolledig, dit wil zeggen loonlijsten ontbraken. Wij hebben zo goed en kwaad als het kon getracht deze op te zetten.
[verbalisant 7] en [verbalisant 8] , respectievelijk hoofdcontroleur van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en hoofdcontroleur A ter Inspectie Invoerrechten en Accijnzen, als bijlage 1/V 29.2 opgenomen achter proces-verbaal 5105/83, onder meer inhoudende als op 19 oktober 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring – zakelijk weergegeven – van [betrokkene 2] , wonende te [woonplaats] , [k-straat 1] :
Van deze opgemaakte verzamelloonstaten kan ik zeggen dat deze staten niet volledig en overeenkomstig de waarheid zijn ingevuld. Ik weet dat de namenlijst op deze verzamelloonstaten veel langer had moeten zijn dan vermeld. Ook de bedragen zoals deze op die verzamelloonstaten zijn vermeld, werden niet ingevuld overeenkomstig de werkelijkheid.
De brutolonen lagen namelijk veel hoger. Ik weet dat door deze handelswijze veel te weinig aan sociale lasten en loonbelasting is of zou worden afgedragen.
[verbalisant 4] , respectievelijk opperwachtmeester der rijkspolitie-districtsrechercheur van de recherchegroep Dordrecht en looninspecteur van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, als bijlage 1/V 27.2 opgenomen achter proces-verbaal 5105/83, onder meer inhoudende als op
12 oktober 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring – zakelijk weergegeven – van verdachte:
De lonen werden voor een groot gedeelte door mij ook uitbetaald op de diverse werkadressen.
[verbalisant 4] , respectievelijk opperwachtmeester der rijkspolitie districtsrechercheur van de recherchegroep Dordrecht en looninspecteur van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, als bijlage 1/V 27.3 opgenomen achter proces-verbaal 5105/83, onder meer inhoudende als op
13 oktober 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring – zakelijk weergegeven – van verdachte:
U zegt dat van een aantal van deze mensen is aangetoond dat zij niet op de verzamelloonstaat staan vermeld, maar dat zij wel hebben gewerkt. Het is inderdaad mogelijk dat een aantal mensen niet is verantwoord in verband met het feit dat ook ik ze zwart heb aangenomen.
’s Rijksbelastingen, werkzaam bij de afdeling Fiscale Recherche van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en L.J.M. [verbalisant 13] en [verbalisant 8] , beiden hoofdcontroleur A van
’s Rijsbelastingen werkzaam op de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen onder meer inhoudende:
U toont mij de aangiften loonbelasting en premie betreffende de maanden november 1981, december 1981 en januari 1982 tot en met november 1982. Alle ten name van vennootschap onder firma [A] te Dordrecht.
De aangiften loonbelasting en premie over de maanden november 1981, december 1981 en voorts over de maanden januari 1982 tot en met november 1982 werden berekend en ingevuld door het administratiekantoor [betrokkene 3] B.V.. Meestal werden deze aangiften ondertekend door het administratiekantoor [betrokkene 3] B.V., te weten in de persoon [betrokkene 3] dan wel een medewerker van dat administratiekantoor.
Soms werden de aangiften ondertekend door [betrokkene 6] , de direkteur van vennootschap onder firma [A] .
Ik erken en herken deze aangiften als zijnde de aangiften van de vennootschap onder firma [A] te Dordrecht. De berekeningen op deze aangiften zijn geheel zelfstandig opgemaakt door het administratiekantoor [betrokkene 3] B.V. aan de hand van de gegevens die door de vennootschap onder firma [A] ter beschikking werden gesteld. Het ter beschikking stellen van de gegevens gebeurde door mij.
De loongegevens en dergelijke waren dus van mij afkomstig.
Ik weet dat ik door deze handelswijze de Nederlandse Staat heb benadeeld.
1e kwartaal 1982 ten name van v.o.f. [A]
2e kwartaal 1982 ten name van v.o.f. [A]
maanden juli tot en met november 1982 ten name van v.o.f. [A] .
Inzake de aangiften omzetbelasting verklaar ik dat de verschillende tenaamstellingen allemaal zijn aan te merken als aangiften omzetbelasting betrekking hebbende op één en dezelfde firma, namelijk de firma [A] , gevestigd te Dordrecht, [a-straat 1] .
Het was in de praktijk zo dat de aangifte werd opgesteld overeenkomstig de positie van de kas. Wanneer de afdracht te hoog was, werd middels fictieve facturen de afdracht verminderd door het opvoeren van de voorbelasting. De aangiften werden in samenwerking met kantoor [betrokkene 3] ingevuld.
– zakelijk weergegeven – van verdachte:
De aangiften van september en oktober 1982 zijn door mij ondertekend. De invulling van de aangiften geschiedde op ons kantoor of dat van [betrokkene 3] .
Ik wist dat er bij [A] “zwart” gewerkt werd.
5 september 1983 aan verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :
De administratieve werkzaamheden bestonden uit de volgende onderdelen:
Het uittypen van facturen aan onze opdrachtgevers, dit deed ik aan de hand van eerder verkregen opdrachten van die bedrijven, bij de N.S.M. te Amsterdam, ook één van onze opdrachtgevers en voor wat betreft omzet een belangrijke, werden de facturen veelal getypt aan de hand van gele opdrachtbonnen. Het merendeel van de opdrachten om facturen te typen kreeg ik van de heer [betrokkene 2] .
Nadat ik de facturen had getypt wilde de heer [betrokkene 2] deze altijd nog even zien. Daarna werden de facturen, behoudens die voor de N.S.M. te Amsterdam, door mij per post verzonden. De facturen gericht aan de N.S.M. werden altijd gebracht door of [betrokkene 15] [verdachte] of [betrokkene 14] [verdachte] of [betrokkene 2] .
De opdrachten die [A] aan de onderaannemers gaf zijn aanvankelijk door mij getypt. Later toen […] er bij kwam door één van ons.
Aangiftebiljet:
Verdachte was - onder meer – als directeur van [A] degene, die contacten onderhield met opdrachtgevers en met opdrachtgevers ook tot bindende afspraken kwam, de werkzaamheden regelde, personeel aannam en lonen aan werknemers uitbetaalde. Verdachte was op de hoogte van de verboden gedragingen en heeft als directeur met betrekking tot die verboden gedragingen relevante bescheiden ondertekend.
5.3. Bij de onder 4.2 en 4.3 weergegeven bewijsvoering heeft het Hof niet doen blijken in enig opzicht van een onjuiste rechtsopvatting te zijn uitgegaan. Met name heeft het Hof geen blijk gegeven van miskenning van het bepaalde in art. 51 Sr Pro. en het begrip “feitelijke leiding geven” in de zin van het tweede lid onder 2° van gemelde wetsbepaling.
5.4. Anders dan het middel tenslotte nog betoogt was het Hof niet gehouden de wetenschap van de verdachte met betrekking tot de verboden gedragingen meer “specifiek vast te stellen” dan het binnen het kader van de onder 4.2 en 4.3 weergegeven bewijsvoering heeft gedaan. De in die bewijsvoering vervatte motivering is noch onvoldoende noch onbegrijpelijk.
5.5. Het middel treft derhalve geen doel.
27 mei 1986.