ECLI:NL:HR:1929:136
Hoge Raad
- Cassatie
- Fentener van Vlissingen
- Schepel
- Van Gelein Vitringa
- Kirberger
- Polak
- Rechtspraak.nl
Levering van toonderaandelen en pandrecht bij beslag en bezitverschaffing
In deze zaak stond centraal of toonderaandelen die verpand waren en onder conservatoir beslag lagen, zonder medewerking van de pandhouder konden worden geleverd aan derden. De eiseres, Proehl & Gutmann, had pandrecht op aandelen van [medeverweerder 1], die deze aandelen aan anderen verkocht had. De vraag was of de eigendom van de aandelen aan de kopers was overgegaan ondanks het pandrecht en beslag.
De rechtbank had de kopers als aandeelhouders erkend, maar de eiseres ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat levering van het uit de pandovereenkomst voortvloeiende recht op afgifte van de verpande zaak aan de koper mogelijk is zonder medewerking van de pandhouder, die na kennisgeving verplicht is de zaak aan de koper uit te leveren. Dit geldt ook als de schuld waarvoor het pandrecht geldt nog niet is voldaan.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp de middelen van cassatie. De Hoge Raad stelde dat de pandhouder niet vrij is de zaak aan de pandgever terug te geven na kennisgeving van de overdracht aan de koper, en dat het beslag de overdracht niet verhindert, hoewel het wel de uitoefening van rechten kan schorsen. De levering vond plaats door bezitverschaffing longa manu, waarbij de verkoper de macht over de aandelen aan de koper overdraagt zonder feitelijke overgave.
De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde de eiseres in de kosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat levering van verpande toonderaandelen zonder medewerking van de pandhouder mogelijk is.