ECLI:NL:HR:1925:98
Hoge Raad
- Cassatie
- Heeren Bosch
- Vice-President Savelberg
- Jhr. Feith
- Kosters
- Ort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van zekerheidstelling voor proceskosten en schadevergoeding door vreemdelingen in civiel geding
In deze zaak vordert de Naamlooze Vennootschap Amsterdamsche Export- en Import maatschappij zekerheidstelling van een vreemdeling, [betrokkene 2], voor betaling van proceskosten, schaden en interessen in een civiele procedure. De rechtbank stelde zekerheid voor proceskosten vast, maar wees zekerheid voor schadevergoeding af. De Amsterdamsche Maatschappij ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het Gerechtshof oordeelde dat artikel 152 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alleen zekerheidstelling voor proceskosten verplicht stelt aan vreemdelingen die eisers zijn of zich voegen in een geding, en niet voor schaden en interessen, tenzij zij als verweerders optreden. Dit oordeel werd aangevochten in cassatie.
De Hoge Raad overweegt dat artikel 152 zich Pro beperkt tot de kosten die rechtstreeks uit de instantie voortvloeien en dat zekerheidstelling voor schadevergoeding niet als een rechtstreeks gevolg van het opkomen in rechte van vreemdelingen kan worden beschouwd. De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde het oordeel van het hof dat zekerheidstelling voor schadevergoeding niet verplicht is, tenzij de vreemdeling als verweerder optreedt.
De Hoge Raad veroordeelde de Amsterdamsche Maatschappij in de kosten van het cassatieproces. De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van artikel 152 Rv Pro en bevestigt de beperking van zekerheidstelling tot proceskosten bij vreemdelingen in civiele procedures.
Uitkomst: Het beroep van de Amsterdamsche Maatschappij wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.