Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure in hoger beroep en in het incident
- het beroepschrift van [de werknemer] met het procesdossier in eerste aanleg (productie 13) en producties 14 tot en met 16, ontvangen op 18 september 2025;
- het verweerschrift van ASML met producties 12 tot en met 16, ontvangen op
- het incidenteel verzoek van [de werknemer] ex artikel 195 Rv Pro, ontvangen op 19 januari 2026;
- de door ASMLnagezonden productie 17, ontvangen op 2 februari 2026;
- het verweerschrift van ASML in het incident, ontvangen op 4 februari 2026;
- de door [de werknemer] nagezonden producties 17 tot en met 22, ontvangen op 5 februari 2026.
3.De vaststaande feiten
WERKZAAMHEDEN VOOR DERDEN
De reputatie van ASML is afhankelijk van het gedrag van ons allemaal. Onze reputatie is de grondslag van het zakelijk functioneren van ons bedrijf in het verleden, heden en toekomst. Daarom:
SBI-code: 6202 – Advisering en ondersteuning op het gebied van informatietechnologie
Als je wilt weten wat exact de afspraken zijn met [onderneming] , dan zal ik je door moeten verwijzen naar [onderneming] zelf, zij kunnen uiteraard inzage geven in de financiële aspecten. Wat [flexmedewerker 2] verdiende is uiteraard aan [flexmedewerker 2] zelf om dit al dan niet met jou te delen. Mocht je willen weten wat [eenmanszaak] precies factureert, dan moet ik je helaas teleurstellen. Dit is iets tussen [eenmanszaak] en de agency (de agency die [onderneming] heeft ingeschakeld).
[ethics lead investigator/hoofd integriteit] : (…) Wat heb je [toenmalig leidinggevende](hof: de heer [toenmalig leidinggevende] , toenmalig leidinggevende van [de werknemer] )
verteld hierover?
(…)
4.De verzoeken aan en de beslissing van de kantonrechter
- een billijke vergoeding van € 21.084,33 bruto;
- een transitievergoeding van € 22.741,62 bruto;
- een bedrag van € 8.758,80 bruto aan niet genoten vakantie-uren, te vermeerderen met wettelijke verhoging en onder gelijktijdige verstrekking van een bruto-netto specificatie;
- een bedrag van € 2.811,24 aan vakantiebijslag, te vermeerderen met wettelijke verhoging en onder gelijktijdige verstrekking van een bruto-netto specificatie;
- een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 15.180,72 bruto;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
5.De verzoeken in hoger beroep en in het incident
- te verklaren voor recht dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven;
- ASML te veroordelen tot betaling aan [de werknemer] van een billijke vergoeding van € 50.000,00 bruto;
- ASML te veroordelen tot betaling aan [de werknemer] van een transitievergoeding van € 23.309,93;
- ASML te veroordelen tot betaling aan [de werknemer] van een bedrag van € 8.998,56 aan niet genoten vakantie-uren, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en onder gelijktijdige verstrekking van een deugdelijke bruto-/netto specificatie;
- ASML te veroordelen tot betaling aan [de werknemer] van een bedrag van € 2.888,55 bruto aan vakantiebijslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en onder gelijktijdige verstrekking van een deugdelijke bruto-/netto specificatie;
- ASML te veroordelen tot betaling aan [de werknemer] van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 16.801,26 bruto;
- ASML te veroordelen om binnen drie dagen na het te wijzen arrest een deugdelijke eindafrekening aan [de werknemer] over te leggen;
- de verzoeken van ASML af te wijzen;
- ASML te veroordelen in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met wettelijke rente.
e-mailaccount [e-mailaccount] heeft verzonden;
6.De beoordeling
- i) de werkgever voldoende voortvarend onderzoek heeft verricht of laten verrichten naar de vermoedens van betrokkenheid van de werknemer bij onregelmatigheden;
- ii) het onderzoek voldoende voortvarend is uitgevoerd;
- iii) de werkgever zich voldoende voortvarend van de, ook tussentijdse, bevindingen uit het onderzoek op de hoogte heeft gesteld en
- iv) de werkgever na kennisneming daarvan voldoende voortvarend is overgegaan tot het ontslag op staande voet
- het verzoek om onderzoek te verrichten naar de inleenconstructie is op 29 augustus 2024 bij de Ethics Office binnengekomen;
- op 30 augustus 2024 is begonnen met het binnenhalen van informatie;
- op 3 september 2024 heeft de Ethics Committee de binnengehaalde informatie bekeken en heeft zij getoetst of het opportuun was om verder onderzoek te verrichten. Omdat er voldoende aanwijzingen waren dat dit het geval was, heeft de Ethics Office een onderzoeksplan opgesteld en is het onderzoek gestart;
- er hebben vervolgens interviews plaatsgevonden met onder meer [onderneming] , HR, [toenmalig leidinggevende] en de twee flexmedewerkers, [flexmedewerker 2] en [flexmedewerker 1] ;
- het interview met [de werknemer] heeft als laatste plaatsgevonden, op 10 oktober 2024;
- op 18 oktober 2024 is het verslag van dat interview aan [de werknemer] toegestuurd;
- nadat verschillende malen aan [de werknemer] om een reactie op het verslag is gevraagd, heeft [de werknemer] op 13 november 2024 het interviewverslag goedgekeurd;
- op 27 november 2024 heeft [ethics lead investigator/hoofd integriteit] de bevindingen van het onderzoek aan [Head of RBA Security] , [HR business partner] en [de werknemer] medegedeeld.
- [de werknemer] niet vooraf schriftelijke toestemming heeft verzocht voor het verrichten van nevenwerkzaamheden, bestaande uit het door zijn bedrijf via een doorleenconstructie uitlenen van flexmedewerkers aan ASML;
- door het verrichten van die nevenwerkzaamheden belangenverstrengeling heeft plaatsgevonden;
- [de werknemer] tijdens het daarnaar verrichte onderzoek niet open en transparant is geweest naar ASML, waardoor hij in strijd heeft gehandeld met zijn arbeidsovereenkomst en de Code of Conduct;
- [de werknemer] zijn verantwoordelijkheden als werknemer tegenover ASML heeft genegeerd.
ernstigverwijtbaar (zie ook hiervoor onder 6.4.7). Dit betekent dat ASML de transitievergoeding is verschuldigd.
- wat zou de verdere duur van de arbeidsovereenkomst zijn geweest zonder het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever?
- wat is de mate waarin de werkgever een verwijt valt te maken, waarbij ook de handelwijze van de werknemer een rol kan spelen?
- heeft de werknemer inmiddels ander werk gevonden en welke inkomsten geniet hij daaruit en welke (andere) inkomsten kan hij in redelijkheid in de toekomst verwerven?
7.Slotsom
- griffierecht € 732,00
- salaris advocaat € 814,00 (kantontarief)
- nakosten
- totaal € 1.681,00.
- griffierecht € 827,00
- salaris advocaat € 2.580,00 (2 punten maal appeltarief II)
- nakosten
- totaal € 3.596,00.
8.De beslissing
- een transitievergoeding van € 23.308,93 bruto;
- een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 16.801,26 bruto;
- een bedrag van € 832,37 bruto aan niet genoten vakantie-uren, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW Pro;
- een aanvullend bedrag van € 77,31 bruto aan vakantiebijslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW Pro;