Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen en hebben een affectieve relatie gehad. De man was verplicht kinderalimentatie te betalen, die in 2019 was vastgesteld op €100 per kind per maand, geïndexeerd tot €125,83 in 2025. De vrouw verzocht de rechtbank om verhoging naar €200 per kind per maand, wat bij verstek werd toegewezen.
De man kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat partijen destijds bewust waren afgeweken van wettelijke maatstaven ten voordele van de kinderen, waardoor een strengere toetsing van wijziging van omstandigheden vereist was. Het hof oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat sprake was van een bewuste afwijking en dat het hof zelf moest toetsen of de alimentatie aan wettelijke maatstaven voldeed.
Het hof stelde vast dat de draagkracht van de man en vrouw gezamenlijk onvoldoende was om in de volledige behoefte van de kinderen te voorzien. Na berekening van netto besteedbaar inkomen, schulden en zorgkorting, concludeerde het hof dat de vastgestelde alimentatie van €200 per kind per maand niet aan de wettelijke maatstaven voldoet. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek tot wijziging af, waarbij de man de eerder vastgestelde geïndexeerde alimentatie blijft betalen. Terugbetaling van reeds betaalde hogere bedragen wordt niet verlangd.