Op 17 december 2025 vond de mondelinge behandeling plaats van een wrakingsverzoek van een verzoeker tegen de raadsheren G.J. Hanssen, H.A.T.G. Koning en Y. van Setten van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De verzoeker stelde dat deze raadsheren vooringenomen waren vanwege hun eerdere functies als officier van justitie en hun samenwerking met personen die betrokken waren bij zijn strafzaak. De voorzitter van de wrakingskamer, mr. J. Platschorre, en de leden, mr. P.M. Arnoldus en mr. A.M. Bossink, hoorden de verzoeker en stelden vast dat de door hem aangevoerde omstandigheden niet voldoende waren om te concluderen dat er sprake was van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De wrakingskamer wees het verzoek af en stelde het verzoek tot wraking van de leden van de wrakingskamer buiten behandeling, omdat het niet gemotiveerd was dat de onpartijdigheid van de rechters in het geding was. De wrakingskamer oordeelde dat er sprake was van misbruik van het rechtsmiddel wraking en bepaalde dat een volgend verzoek van de verzoeker niet in behandeling zou worden genomen. De behandeling van de hoofdzaak zou voortgezet worden in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.