Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[X V.O.F.] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[appellant sub 2] ,wonende te [vestigingsplaats] ,
[appellant sub 3] ,wonende te [vestigingsplaats] ,
[X B.V.],
1.[geïntimeerde sub 1] ,wonende te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde sub 2] ,wonende te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 1001428/ CV EXPL 22-3439)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het anticipatie-exploot van 5 augustus 2024;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met een productie;
- de mondelinge behandeling op 2 september 2025, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij H3-formulier van 24 augustus 2025 door mr. Wensing toegezonden producties 6 en 7, die hij bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft willen brengen, maar waartegen [persoon A] ter zitting bezwaar heeft gemaakt.
3.De beoordeling
klinisch in orde”. Onderdeel van de keuring was buigproeven van alle benen bij aanspannen en wegdraven na 1 minuut buigen. Deze buigproeven waren alle negatief (dat betekent dat het paard goed loopt; een positieve buigproef wijst op problemen). Bij de keuring zijn geen röntgenfoto’s van het paard gemaakt.
nade aflevering van het paard.
matige opzetting van het femoropatellaire gewicht” links en een “
lichte tot matige opzetting van het femoropatelliare gewricht” rechts. Het advies van [dierenarts 4] was om het paard opnieuw op te bouwen in training en om een “
intra-articulaire behandeling in het rechter kniegewricht te overwegen”. Hieruit volgt dat het paard op dat moment, anders dan [appellanten] stelt, nog niet volledig hersteld was. Het paard voldeed dan ook op dat moment niet aan de daaraan te stellen conformiteitseisen.
vermoedelijk(onderstreping hof) zijn ontstaan door slecht management of het onvoldoende opvolgen van de aanbevelingen voor revalidatie. Dit acht het hof onvoldoende om te kunnen concluderen dat het aan [geïntimeerden] te wijten is dat het paard na de levering gebreken vertoonde en niet geschikt was als dressuurpaard. Hierbij speelt mee dat deze dierenarts door [appellant sub 2] is ingeschakeld en hij alleen concludeert dat de gebreken vermoedelijk zijn ontstaan door mismanagement dan wel overbelasting, zonder dit nader te onderbouwen.
Daar komt bij dat het gelet op de op [appellanten] rustende bewijslast niet voldoende is om twijfel te zaaien over het ontstaan van het gebrek. Op [appellanten] rust de last te bewijzen dat de gebreken zijn ontstaan ná de levering, daartoe zijn voormelde verklaringen niet voldoende.
nade aflevering van het paard, om tot nader bewijs te worden toegelaten.
- Griffierechten € 798,-
- Salaris advocaat € 4.426,- (2 punten x tarief IV)
- Nakosten