Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van het geding in eerste aanleg
3.Het geding in hoger beroep
- op 14 december 2022 een ‘verweerschrift tevens houdende incidenteel appel en aanvullende vordering’ met producties 1 tot en met 9;
- op 21 december 2022 een ‘aanvullend verzoek in het incidenteel appel’ met producties 10 tot en met 15;
- op 23 januari 2023 een ‘verweerschrift tegen incidenteel appel en aanvulling vordering’ met producties 21 tot en met 30;
- op 17 mei 2023 een ‘verweerschrift op aanvullend verzoek tevens aanvulling van zelfstandig verzoek’ met producties 1 tot en met 12;
4.De feiten
5.De omvang van het geschil
6.De motivering van de beslissing
manaan dat deze in strijd zijn met de twee-conclusie-regel. De vrouw had deze verzoeken in haar hoger beroepschrift moeten doen en dat heeft zij niet gedaan. Over zowel de opvangkosten als de inboedel heeft de vrouw in eerste aanleg verzoeken ingediend. De vrouw heeft echter in hoger beroep tegen die onderdelen niet gegriefd.
rechtbankheeft het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw bepaald en haar verzoek om aan haar vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing naar de gemeente [woonplaats vrouw] , afgewezen. De rechtbank heeft de vrouw wel vervangende toestemming verleend om samen met de kinderen te verhuizen binnen een straal van maximaal 30 kilometer vanaf [plaats 1] . Hiertegen keren zich grief I van de vrouw en de grieven I en II van de man.
manopgekomen tegen de beslissing van de rechtbank dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw zal zijn. Hij wil dat het hoofdverblijf bij hem wordt bepaald. De man licht zijn grief als volgt toe.
vrouwheeft de grief van de man weersproken. Zij voert aan dat de rechtbank terecht heeft bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijf bij haar zullen hebben. Omdat zij niet werkt, is zij de meest gerede persoon om voor de dagelijkse opvoeding en verzorging van de kinderen zorg te dragen. Ook tijdens het huwelijk had zij de zorg voor de kinderen. De man maakte veel uren voor zijn werk, ook toen hij zorgverlof had. Zij is door toedoen van de man naar [woonplaats vrouw] verhuisd. Zij heeft veel gedaan om aan een woning in de buurt van [plaats 1] te komen, maar dat is haar niet gelukt. Uit het ‘verzoek tot het wijzigen van de verdeling van de zorg- en opvoedtaken’ van de GI d.d. 19 april 2022 blijkt dat zij ‘tot op heden beter in staat blijkt de kinderen uit de strijd te houden’ en dat ‘de kinderen in bijzijn van moeder rustiger overkomen’.
vrouwlicht haar grief als volgt toe.
manheeft de grief van de vrouw weersproken.
GIheeft onder meer de volgende informatie gegeven. Al vanaf de start van de ondertoezichtstelling is er een en al strijd tussen de ouders. De ingezette hulpverlening heeft dat niet kunnen stoppen. Door [instantie 1] zal er een uitgebreid systeemonderzoek worden uitgevoerd. [minderjarige 1] is gestart met speltherapie. Het is belangrijk dat de beleving van de kinderen over hun ouders wordt meegenomen.
raadadviseert de uitkomst van het systeemonderzoek af te wachten, alvorens een beslissing te nemen over een eventueel terugverhuizen van de vrouw. Indien een beperkte zorgregeling wordt geadviseerd, is er geen reden voor de vrouw om terug te verhuizen, indien een co-ouderschapsregeling wordt geadviseerd, is dat wel van belang.
vrouwvindt voormelde zorgregeling te onrustig voor de kinderen en daarom niet in hun belang. Bij akte wijziging eis van 30 november 2023 heeft zij verzocht (als voorlopige regeling) te bepalen dat de man recht heeft op omgang met de kinderen gedurende één weekend in de twee weken van vrijdagmiddag na school tot zondagavond en in de andere week op woensdag uit school. Bij schrijven van 3 januari 2024 heeft zij ‘met klem’ verzocht pas uitspraak te doen over de zorgregeling als het advies dat volgt uit het systeemonderzoek er is.
manverzoekt een regeling te bepalen waarbij, kort gezegd, partijen een gelijkwaardig aandeel hebben in de zorg- en opvoedingstaken.
hofoverweegt als volgt.
- eventueel in afwijking van de reguliere zorgregeling: op moederdag (12 mei) bij de vrouw en op vaderdag (16 juni) bij de man;
- in de zomervakantie: de eerste drie weken bij de man en de daaropvolgende drie weken bij de vrouw.
- in de oneven weken van woensdag na school tot maandagochtend als de school begint, waarbij de man op woensdag de kinderen van school haalt en op maandag naar school brengt;
- de helft van de schoolvakanties en feestdagen/bijzondere dagen, in onderling overleg te bepalen.
manverzoekt in incidenteel hoger de beroep de door hem verschuldigde bijdrage in de kosten van de kinderen alsnog vast te stellen op nihil.
vrouwvoert verweer. Volgens haar rijdt de man slechts één keer per week naar [woonplaats vrouw] . Bij een afstand van 74 km, bedragen de benzinekosten van de man slechts € 114,--. Deze kosten zijn al verdisconteerd in de toegepaste zorgkorting. Bovendien zullen de woonlasten van de man lager zijn zodra de woning van partijen is verkocht.
hofacht aannemelijk dat de werkelijke reiskosten van de man hoger liggen dan het bedrag waarmee de rechtbank rekening heeft gehouden. Het hof ziet echter geen aanleiding om rekening te houden met de werkelijke reiskosten van de man, ook niet omdat de vrouw zonder toestemming is verhuisd. De rechtbank heeft met de extra reiskosten van de man rekening gehouden door een zorgkorting toe te passen van 35%. Vervolgens heeft de rechtbank geconstateerd dat partijen onvoldoende draagkracht hebben om volledig in de behoefte van de kinderen te kunnen voorzien. Het tekort aan draagkracht is aan beide ouders toegerekend. Indien alsnog rekening zou worden gehouden met de werkelijke reiskosten van de man, dan zou het tekort aan draagkracht volledig ten laste van de vrouw komen. Het hof acht dit in strijd met de wettelijke maatstaven. Grief IV van de man faalt.
vrouwverzoekt in haar akte wijziging van eis van 30 november 2023 de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen met ingang van 1 november 2023 te bepalen op € 306,-- per kind per maand. De vrouw beroept zich daarbij op gewijzigde omstandigheden.
ii)sinds juli 2023 is het inkomen van de vrouw drastisch gedaald;
- de totale behoefte van € 1.051,58 per maand;
- de zorgkorting (35%) voor beide kinderen van € 368,05 per maand;
- de gezamenlijke draagkracht van € 636,-- per maand;
- het tekort aan draagkracht van (1.051,58 – 636 =) € 415,58 per maand, waarvan de helft, € 207,79, wordt toegerekend aan de man;
- de zorgkorting die op de bijdrage van de man in mindering wordt gebracht van (368,05 – 207,79 =) € 160,26 per maand,
- de totale behoefte van € 1.116,78 per maand;
- de zorgkorting (35%) voor beide kinderen van € 390,87 per maand;
- de gezamenlijke draagkracht van € 718,-- per maand;
- het tekort aan draagkracht van (1.116,78 – 718 =) € 398,78 per maand, waarvan de helft, € 199,39, wordt toegerekend aan de man;
- de zorgkorting die op de bijdrage van de man in mindering wordt gebracht van (390,87 – 199,39 =) € 191,48 per maand,
rechtbankheeft daarin – samengevat – overwogen dat partijen hebben afgesproken de auto’s bij merkdealers te laten taxeren en de vrouw zich niet aan de afspraak heeft gehouden en beslist dat de auto’s worden toegedeeld tegen de in de beschikking aangenomen waardes van de Opel en de Peugeot.
vrouwhet volgende aan. Partijen zijn mondeling overeengekomen dat de auto’s getaxeerd zouden worden bij een merkdealer. De afspraak was dat dit zou gebeuren door [merkdealer] . De man is echter naar een bevriende merkdealer gegaan. De vrouw heeft in deze taxatie geen vertrouwen. Volgens de ANWB-koerslijsten (productie 17 bij het beroepschrift) heeft de Opel een waarde van € 8.000,-- en de Peugeot een waarde van € 3.450,--. Door de verdeling van de auto’s wordt de man overbedeeld. De man moet daarom aan haar een bedrag van € 2.275,-- voldoen.
manhet volgende aan. Partijen hebben tijdens een eerdere mondelinge behandeling op 9 mei 2022 afgesproken dat zij voor de waardebepalingen van de auto’s naar de merkdealers in [plaats 4] zouden gaan. Deze afspraak is correct weergegeven in rov. 5.7.19. De Peugeot zou worden getaxeerd door de Peugeotdealer en de Opel zou worden getaxeerd door de Opeldealer . Partijen zouden samen naar deze dealers gaan. De man is met de vrouw bij de Peugeotdealer geweest. De waarde van de Peugeot is daar toen bepaald. De vrouw wilde toen dat de Peugeotdealer ook de waarde van de Opel zou bepalen. Dit was in strijd met de afspraak tussen partijen. De man wilde dat de Opel conform afspraak zou worden getaxeerd door de Opeldealer . De vrouw weigerde dit, omdat de man iemand bij de Opeldealer in [plaats 4] zou kennen. Tussen partijen bestond geen afspraak dat de auto’s bij één merkdealer, namelijk Peugeotdealer [merkdealer] , zouden worden getaxeerd. De man kent niemand bij de Opeldealer in [plaats 4] . Bovendien, al zou hij daar iemand kennen, dan maakt dat de waardebepaling niet onjuist. De rechtbank is terecht uitgegaan van de eerdere waardebepaling van de Opel, die is gedaan door Opeldealer te [vestigingsplaats] . De door de vrouw gestelde waarde van € 8.000,-- is niet juist. Voor de Opel zijn meerdere taxatierapporten beschikbaar. Daaruit blijken waardes van respectievelijk € 4.100,-- ( [betrokkene ] van 30 juli 2021), € 3.750,-- ( Opeldealer te [vestigingsplaats] van 29 oktober 2021) en van € 3.000,-- ( Opeldealer te [plaats 4] van 11 mei 2022).
hofoverweegt als volgt.
s’– onderstreping hof) zou moeten gaan als deze zowel een Peugeot als een Opel zou moeten waarderen. In dat geval zou iedere dealer volstaan. Bovendien strookt de uitleg van de vrouw niet met de weergave door de rechtbank en de uitleg door de man. Het had dan ook op de weg van de vrouw gelegen nader toe te lichten waarom de weergave door de rechtbank niet juist is.
rechtbankheeft hierin als volgt overwogen:
vrouwhet volgende aan. Zij is op 13 februari 2022 uit de echtelijke woning staande en gelegen aan [adres] te [plaats 1] (hierna: de woning) vertrokken. Sindsdien woonde de man in de woning. De gebruikerslasten dienen daarom voor zijn rekening te komen. De kosten vanaf februari 2022 van Energiedirect, de premie voor [B.V.] B.V., Brabant Water en de gemeentelijke belastingen en heffingen komen daarom voor rekening van de man (immers heeft de rechtbank in rov. 5.6.5 overwogen dat de man de forfaitaire lasten van de woning moet betalen). De vrouw is wel verplicht de helft te betalen van de premie voor de rechtsbijstandverzekering van [onderneming] en van de premies voor de inboedel-, de opstal-, de reis- en de aansprakelijkheidsverzekering. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep desgevraagd verklaard dat haar verzoek inhoudt dat zij wel de volledige premie voor de autoverzekering van de Peugeot moet betalen (en de man de volledige premie voor de autoverzekering van de Opel).
manhet volgende aan. Tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank heeft de vrouw zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. Verder ziet de vrouw bij haar verwijzing naar de forfaitaire lasten (rov. 5.6.5) over het hoofd dat de rechtbank bij deze overweging geen beslissing heeft genomen, dat het bij die overweging gaat om een verzoek tot partneralimentatie dat de rechtbank heeft afgewezen en dat een forfaitaire toerekening van lasten niet gelijk kan worden gesteld aan de juridische verdeling van die lasten en dat een deel van die lasten (energievoorziening, Ziggo, [B.V.] B.V. en Brabant Water) niet tot forfaitaire lasten worden gerekend.
manheeft in zijn incidenteel hoger beroep aanvullend verzocht ‘te bepalen dat de vrouw aan de man ter zake [van, hof] de declaratie zuiveringsheffing dient te vergoeden een bedrag van € 52,83’. De man voert hiertoe aan dat de woning gemeenschappelijk is en dat de vrouw daarom de helft van het aanslagbedrag aan hem moet vergoeden.
hofoverweegt als volgt.
rechtbankheeft hierin als volgt overwogen:
vrouwhet volgende aan. Met betrekking tot rov. 5.7.39 moet geen rekening worden gehouden met de door de man gestelde aflossingen onder verwijzing naar rov. 5.6.5. Bij de draagkracht van de man is rekening gehouden met de hypotheekaflossing van € 541,-- per maand. De man moet de hypotheekaflossing en de forfaitaire lasten voldoen totdat de woning geleverd is aan een derde. De man heeft niet aangetoond dat hij meer heeft afgelost dan het bedrag van € 541,-- per maand.
manhet volgende aan. De verwijzing van de vrouw naar zijn draagkracht en dat daarbij rekening is gehouden met de hypotheekaflossing (rov. 5.6.5), is in het kader van grief 4 niet relevant, omdat rov 5.6.5 gaat over het afgewezen verzoek om partneralimentatie en de rechtbank in het kader van de draagkrachtberekening rekening moet houden met de hypotheekaflossingen.
vrouwheeft hiertegen het volgende aangevoerd. De man heeft niet aangetoond dat hij extra hypothecaire aflossingen heeft gedaan. Conform de beschikking van 16 (het hof begrijpt: 15) oktober 2021 moet de man de maandelijkse hypotheekrente en de maandelijkse aflossing van € 541,-- voldoen.
hofoverweegt als volgt.
- dat de vrouw verzoekt de verstaansverplichting op te nemen met betrekking tot betaling van de hypothecaire lasten van de echtelijke woning;
- dat de man opmerkt dat hij maandelijks alle lasten van de echtelijke woning voldoet en dat hij akkoord is met het vastleggen van de betaling van de hypothecaire lasten in een zogenoemde verstaansclausule.
- dat de rechtbank het verzoek van de vrouw om een onderhoudsbijdrage van € 1.000,-- afwijst omdat niet is gebleken van een zodanige wijziging dat het verzoek opnieuw moet worden beoordeeld en bij de afwijzing van het verzoek om partneralimentatie in aanmerking neemt dat de man zal zorgdragen voor de betaling van de hypothecaire lasten;
- dat de rechtbank wegens de limitatieve opsomming van art. 822 Rv Pro alleen een zogenoemde verstaansverplichting kan opnemen;
- dat nu partijen overeenstemming hebben bereikt, namelijk dat de man de hypothecaire lasten van de echtelijke woning, voor zijn rekening neemt, het verzoek van de vrouw zal worden toegewezen;
7.De slotsom
8.De beslissing
- in de oneven weken van woensdag na school tot maandagochtend als de school begint, waarbij de man op woensdag de kinderen van school haalt en op maandag naar school brengt;
- de helft van de schoolvakanties en feestdagen/bijzondere dagen, in onderling overleg te bepalen;