Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
1. Een kennisgeving van inbeslagname d.d. 29 maart 2021 (dossierpagina 3) , voor zover inhoudende als volgt:
2. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 29 maart 2020 (dossierpagina’s 5-11), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :
3. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 maart 2021 (dossierpagina’s 12-15), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
het hof begrijpt: op 28 maart 2021), ben ik [verbalisant 2] , samen met collega [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , aan de deur gegaan van het landgoed aan [adres 2] . Ik [verbalisant 2] , heb daar met de eigenaar van de hond [verdachte] , gesproken. (…) Ik [verbalisant 2] , heb een foto gemaakt van de hond toen hij in de kooi zat. Ik [verbalisant 2] , heb toen om zeker te weten dat het de juiste hond was, deze foto ook aan de aangeefster (
het hof begrijpt: [slachtoffer 1]) laten zien. Hierop bevestigde zij dat dit zeker de hond was, hierbij gaf zij ook aan dat zij de hond herkende aan de houding van zijn hoofd.
4. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juni 2021 (dossierpagina 23), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
het hof begrijpt: de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda), waarin beslist is dat de hond, de Bull Mastiff, waarvan aangenomen werd dat de eigenaar was de heer [verdachte] , terug gegeven diende te worden. In het klaagschrift d.d. 8 april 2021, ingediend door de later volledig te noemen verdachte [medeverdachte] , stelt deze dat de hond ten onrechte bij [verdachte] in beslag is genomen omdat zij de eigenaar is van de hond. (…) Het is mij, verbalisant, ambtshalve bekend dat [medeverdachte] de moeder is van de kinderen van hen (
het hof begrijpt [verdachte] en [medeverdachte]) samen en dat [verdachte] regelmatig te vinden is op het adres [adres 2] .
5. Een geschrift, te weten een schrijven van de burgemeester van de gemeente Breda, d.d. 27 augustus 2020 (pagina’s 27-29 van het procesdossier met nummer PL2000-2021078766) aan [verdachte] , [adres 2] , voor zover inhoudende als volgt:
6. Een geschrift zijnde een herzien advies risicoanalyse van het Riskassessmentteam Universiteit Utrecht d.d. 1 november 2021 (pagina’s 30-59 van het procesdossier met nummer PL2000-2021279378), voor zover inhoudende als volgt:
7. Een proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] d.d. 8 december 2021 (dossierpagina’s 67-70), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [medeverdachte] :
het hof begrijpt: de verdachte en haar echtgenoot [verdachte]) verantwoordelijk.
8. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 26 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte] ter terechtzitting:
het hof begrijpt: haar echtgenoot [verdachte] en [medeverdachte]) een lichtkleurige, beige/witte, hond. Mijn man (
het hof begrijpt: [verdachte]) heeft deze hond gekocht.
NJ1992/571).
onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.
ii. Immateriële schade ad € 650,00
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van maximaal 14 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis;
veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 1 (één) week;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 740,69 (zevenhonderdveertig euro en negenenzestig cent), bestaande uit € 90,69 (negentig euro en negenenzestig cent) materiële schade en € 650,00 (zeshonderdvijftig euro) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 maart 2021 tot aan de dag der voldoening;