ECLI:NL:GHSHE:2024:1712
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis loonvordering ondanks betwisting verrekening en onregelmatigheden werknemer
In deze zaak vordert werknemer betaling van achterstallig loon en bijkomende vergoedingen van zijn werkgever Veterinary Enterprises Europe B.V. (VEE). De werknemer trad in 2018 in dienst en beëindigde de arbeidsovereenkomst in oktober 2021 wegens onbetaald loon. In eerste aanleg werd VEE veroordeeld tot betaling van het loon over augustus en september 2021, vakantiebijslag, een dertiende maand, niet-genoten vakantiedagen, wettelijke rente, verhoging en incassokosten.
VEE stelde in hoger beroep vier grieven in, waaronder dat de loonvorderingen door verrekening met tegenvorderingen wegens vermeende overtreding van bedingen en vervalsing van facturen teniet zouden zijn gegaan. De werknemer betwistte deze beschuldigingen en verwees naar artikel 6:136 BW Pro. Het hof oordeelde dat VEE onvoldoende bewijs had geleverd voor haar tegenvorderingen en dat de verrekening niet kon slagen.
Verder betoogde VEE dat het niet verrichten van arbeid voor rekening van de werknemer moest blijven vanwege de onregelmatigheden, maar het hof volgde de kantonrechter dat VEE niet had aangetoond dat het niet verrichten van arbeid redelijkerwijs voor rekening van de werknemer moest komen. Ook de grief over niet genoten vakantiedagen faalde omdat VEE onvoldoende bewijs leverde dat deze waren opgenomen.
Het hof verwierp alle grieven en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. VEE werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt dat loonbetalingsverplichtingen blijven gelden ondanks betwiste tegenvorderingen en dat bewijsverplichtingen bij verrekening strikt zijn.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt VEE tot betaling van het loon en proceskosten, waarbij de grieven van VEE worden verworpen.