Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,wonende te [woonplaats] , hierna te noemen [appellante] ,
[appellant 1],
wonende te [woonplaats] , hierna te noemen [appellant 1] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats] , hierna te noemen [appellant 2] ,
Zij die verblijven op de [adres 1] te [plaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/289685 / HA ZA 21-140)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de op 30 januari 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij mr. Augustin spreekaantekeningen heeft overgelegd;
- de op 24 januari 2024 via Zivver e-mail door [appellanten] toegezonden productie 1, tegen de inbrenging waarvan de gemeente tijdens de zitting bezwaar heeft gemaakt omdat de productie niet binnen de in het procesreglement genoemde termijn is ingediend.
3.De beoordeling
[overgrootvader]
Op 15 mei 2020 hebben wij de bouwwerkzaamheden die plaatsvonden op het perceel aan de [adres 1] in [plaats] stilgelegd. Ook is op die datum een last onder dwangsom opgelegd aan uw cliënt. Dit in verband met een illegaal geplaatste woonwagen. Ten aanzien van die last onder dwangsom is momenteel een beroepszaak aanhangig bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling).
[appellanten] hebben daartoe een grief aangevoerd tegen het oordeel omtrent de verjaring en in een tweede grief samengevat aangevoerd dat de gemeente geen gedegen belangenafweging heeft gemaakt en heeft gehandeld in strijd met artikel 8 EVRM Pro, met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
which are rights of central importance to the individual’s identity, self-determination, physical and moral integrity, maintenance of relationships with others and a settled and secure place in the community” (onderdeel 148 onder β in de zaak Winterstein / Frankrijk);
If the home was lawfully established, this factor would weigh against the legitimacy of requiring the individual to move. Conversely, if the establishment of the home was unlawful, the position of the individual concerned would be less strong. If no alternative accommodation is available the interference is more serious than where such accommodation is available. The evaluation of the suitability of alternative accommodation will involve a consideration of, on the one hand, the particular needs of the person concerned and, on the other, the rights of the local community to environmental protection.”
Voor het bepalen of een woonwagen valt aan te merken als 'woning' en daarmee onder de bescherming van artikel 8 EVRM Pro valt, is bepalend dat de bewoner 'een voldoende en voortdurende band heeft met een specifieke woonwagen(standplaats)'. Dit betekent dat ook
in elk geval op dit momentde belangen van de familie [familienaam] , waaronder in deze procedure die van [appellanten] , om hun woningen te behouden en in familieverband te kunnen leven, in de weg staan aan de gevorderde ontruiming vanwege het volgende. Tussen partijen is niet in geschil dat op de locatie [adres 1] al sinds 1955 (toen het perceel volgens [appellanten] nog eigendom was van Stichting Rooms Katholiek Woonwagenwerk) feitelijk woonwagens stonden. De omvang van het woonwagenkamp varieerde in de loop der jaren van nihil tot zeer groot, maar het terrein was sinds de bestemmingswijziging in 2013 in elk geval niet in gebruik als natuurgebied. Enkele jaren geleden heeft de gemeente in het centrum een ondergrondse parkeergarage gegraven en het zand daarvan ligt nu op het perceel achter het gedeelte dat de familie [familienaam] bewoont. Ook dat deel van het perceel is dus nu feitelijk geen natuurgebied.
na afweging van de betrokken belangen(…)
de daadwerkelijke beëindiging kan worden afgewacht tot de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoger beroepszaak.”Hoe het met deze bestuursrechtelijke procedure staat kon geen van partijen desgevraagd tijdens de zitting in hoger beroep toelichten. Waarom niet ook met de in de onderhavige procedure gevorderde civielrechtelijke ontruiming kan worden gewacht tot na de uitkomst van deze bestuursrechtelijke procedure, is dus evenmin duidelijk gemaakt. Kennelijk is het belang om de planologisch illegale situatie te beëindigen en het perceel [adres 1] te saneren en als natuurgebied in te richten niet zo groot dat in de planning met andere belangen geen rekening kan worden gehouden.
- griffierecht € 85,00
- salaris advocaat/gemachtigde € 844,50 (1,5 punt x tarief II)
- explootkosten € 125,03
- griffierechten € 343,00
- salaris advocaat € 2.366,00 (2 punten x tarief II)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)