Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/267440 / HA ZA 19-412)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 13 januari 2021 met 2 producties;
- de memorie van grieven d.d. 23 februari 2021met 6 producties;
- de memorie van antwoord d.d. 6 april 2021;
- de mondelinge behandeling d.d. 9 mei 2022, waarbij partij [appellant] pleitnotities heeft overgelegd.
3.De beoordeling
in rechte vaststeltdat [geïntimeerden] :
nalaten hieraan te voldoen).
in rechte vaststeltdat:
in rechte vaststeltdat:
in rechte vaststeltdat:
de op mandeligheid gebaseerde vorderingen
- waterleidingen ten behoeve van de badkamer op de eerste verdieping;
- een pvc buis voor de afvoer van water (rioolafvoerbuis), welke achter de voordeur van de woning van [geïntimeerden] vanaf de eerste verdieping in de muur naar beneden loopt.
de op hinder gebaseerde vorderingen