Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond;
bevestigtde uitspraak van de rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2016, waarin een lijfrente-uitkering van €1.824 van Nationale Nederlanden N.V. werd belast. De inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. Deze verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Tijdens de zitting op 30 september 2022 was belanghebbende niet aanwezig. Het hof heeft het onderzoek gesloten en de mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. Het geschil betrof de vraag of Nederland op grond van het belastingverdrag met de Filipijnen heffingsbevoegd is over de lijfrente-uitkering, waarbij niet in geschil was dat belanghebbende inwoner van de Filipijnen is en buitenlands belastingplichtig.
Het hof verwijst naar de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank en oordeelt dat de rechtbank de juiste beslissing heeft genomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen vergoeding van griffierecht toegekend en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.