Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 28 maart 2023;
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep van [appellant] d.d. 11 april 2023.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant huurt sinds 2011 een woning van Woonbedrijf SWS met de verplichting deze uitsluitend als woonruimte te gebruiken door hemzelf en zijn huishouden. Woonbedrijf SWS stelde dat appellant het gehuurde al vanaf 2017 onderverhuurde aan arbeidsmigranten uit Oost-Europa, wat in strijd is met de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene huurvoorwaarden.
De kantonrechter oordeelde dat Woonbedrijf SWS in het bewijs was geslaagd en dat appellant het gehuurde als pension gebruikte, wat de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming rechtvaardigt. Appellant voerde hoger beroep en betwistte de bewijswaardering en de gevolgen van de ontbinding.
Het hof stelde vast dat de verklaringen van getuigen, waaronder omwonenden en beheerders, consistent waren en het gebruik als huisvesting voor meerdere arbeidsmigranten bevestigden. De tegenverklaringen van appellant en zijn familieleden waren onvoldoende en minder geloofwaardig. Het hof verwierp het verweer van appellant dat het gebruik slechts incidenteel was en dat ontbinding daardoor niet gerechtvaardigd zou zijn.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, wees het incidenteel hoger beroep af en veroordeelde appellant in de proceskosten van beide instanties. De uitvoerbaarheid van de proceskostenveroordeling werd bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeelt appellant tot ontruiming en betaling van proceskosten.