Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 4],
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 2 mei 2023;
- de akte na tussenarrest van de Staat;
- de akte na tussenarrest van de Advocaten .
6.De verdere beoordeling
allegevallen waarin bij de uitoefening van de wettelijke opsporingsbevoegdheid op grond van de artikelen 126ng/ug Sv een advocaat in beeld is (geweest), dan wel daarbij wordt gestuit op mogelijke geheimhoudergegevens. Daarmee heeft het antwoord op genoemde vragen een zeer brede en relevante impact en is het antwoord rechtstreeks van belang voor de beslechting of beëindiging van talrijke andere uit soortgelijke feiten voorvloeiende geschillen, waarin dezelfde vragen zich voordoen. Bovendien is het antwoord waarschijnlijk ook van belang voor bepaalde andere lopende procedures die voortvloeien uit of samenhangen met het feitencomplex in de onderhavige procedure.
“Anders dan het openbaar ministerie kennelijk meent, is niet pas sprake van schending van het verschoningsrecht indien een geheimhoudersstuk op enigerlei wijze door derden wordt gebruikt, maar reeds als door derden kennis wordt genomen van de inhoud van een geheimhoudersstuk.”. De Staat meent dat de vraag een te open vraag is.
7.De tussenuitspraak
In hoeverre is daarbij relevant of dit selecteren/filteren mogelijk is zonder (enige) kennisname van de mogelijke geheimhoudersgegevens?
Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de volgende drie categorieën mogelijke geheimhoudersgegevens te onderscheiden zijn: