Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[Woondecoratie] V.O.F.,h.o.d.n. Handelsmaatschappij [handelsnaam 1] ,
[appellant] ,
[appellante] ,
5.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen een principaal en een agent over de ontbinding van een agentuurovereenkomst en de daaruit voortvloeiende schadevergoeding. De agent heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden wegens het niet nakomen van essentiële verplichtingen door de principaal, waaronder het niet verstrekken van facturen en het niet betalen van commissie over orders in het rayon van de agent.
Het hof oordeelt dat naast de bijzondere ontbindingsregeling voor agentuurovereenkomsten (art. 7:440 BW Pro), ook de algemene ontbindingsregeling (art. 6:265 BW Pro) van toepassing is, maar dat de eisen van de bijzondere regeling ook gelden bij toepassing van de algemene regeling. De principaal is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, wat een dringende reden voor ontbinding oplevert. De principaal heeft onvoldoende bewijs geleverd voor haar stellingen over afwijkende afspraken.
De schadevergoeding wordt vastgesteld op basis van de beloning die de agent zou hebben ontvangen bij reguliere voortzetting van de overeenkomst, inclusief wettelijke handelsrente. Tevens wordt de principaal veroordeeld tot betaling van commissie over orders van specifieke klanten in het rayon van de agent. Het hoger beroep van de principaal wordt afgewezen, het incidenteel hoger beroep van de agent grotendeels toegewezen. De proceskosten worden aan de zijde van de agent toegewezen.
Uitkomst: De agentuurovereenkomst is buitengerechtelijk ontbonden wegens tekortkomingen van de principaal, die veroordeeld is tot betaling van schadevergoeding, achterstallige commissie en wettelijke rente.