Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8944979 / CV EXPL 20-7105)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Tussen Vagomij Langstraat B.V. en Rubix B.V. bestond een huurovereenkomst voor kantoor- en magazijnruimte van 2005 tot 2016, met een overeengekomen jaarlijkse huurprijsindexering. Ondanks facturering van een hogere huurprijs heeft Vagomij nooit aanspraak gemaakt op de indexering tijdens de looptijd van de overeenkomst.
Na het einde van de huurovereenkomst factureerde Vagomij in 2018 alsnog een bedrag inclusief indexering, herstel- en reparatiekosten. Brammer betaalde deze factuur niet en stelde zich op het standpunt dat Vagomij haar rechten had verwerkt. De kantonrechter wees de vordering van Vagomij af en kende Brammer een terugbetaling toe van een waarborgsom minus herstelkosten.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof oordeelde dat Vagomij geen bewijs had geleverd van gesprekken over indexering vóór de factuurdatum en dat het langdurige stilzitten en het telkens factureren van de niet-geïndexeerde huurprijs tot rechtsverwerking leidde. De vordering van Brammer tot terugbetaling van de waarborgsom minus herstelkosten werd eveneens bevestigd. Het hof veroordeelde Vagomij in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Vagomij af wegens rechtsverwerking en bevestigt de terugbetaling van de waarborgsom minus herstelkosten aan Brammer.