Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelt het hoger beroep van de vrouw tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die de kinderalimentatie van de man aan de vrouw heeft gewijzigd naar nihil met ingang van 1 november 2020, de datum waarop de man is toegelaten tot een MSNP-traject.
De vrouw betwist de ingangsdatum en de draagkracht van de man, stellende dat de man nog steeds in staat is kinderalimentatie te betalen en dat het MSNP-traject niet gelijkgesteld kan worden aan een WSNP-traject. De man voert aan dat het MSNP-traject vergelijkbare waarborgen kent als het WSNP-traject en dat zijn salaris aan de gemeente wordt uitbetaald, waardoor hij geen draagkracht heeft.
Het hof overweegt dat de jurisprudentie omtrent WSNP-trajecten analoog van toepassing is op het MSNP-traject, gelet op de overeenkomsten in voorwaarden en gevolgen. Het hof bevestigt de ingangsdatum van 1 november 2020 en oordeelt dat de man gedurende het MSNP-traject geen draagkracht heeft voor kinderalimentatie. De grieven van de vrouw falen, en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd met een aanvulling in het dictum. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.