In deze zaak staat centraal of Nationale Nederlanden dekking moet verlenen op grond van de aansprakelijkheidsverzekering van een manegehouder, wiens klant tijdens een begeleide bosrit te paard ten val kwam. De verzekeraar beroept zich op een clausule die vereist dat zowel de begeleider als de huurder over bepaalde diploma's moeten beschikken, anders vervalt de dekking.
Het hof stelt vast dat de buitenrit zowel elementen van rijles als verhuur van paarden bevatte, waardoor de clausule voor verhuur van toepassing is. Deze clausule wordt door het hof uitgelegd als een preventieve garantievoorwaarde, waarbij het beroep daarop onaanvaardbaar kan zijn als er geen causaal verband is tussen het niet-naleven van de voorwaarden en het ongeval.
De begeleider beschikte niet over een instructeursdiploma maar had ruime ervaring en handelde adequaat tijdens het incident. De val werd veroorzaakt door een mountainbiker die dicht langs de paarden reed, wat een hevige schrikreactie veroorzaakte. Het hof oordeelt dat het ontbreken van diploma's geen rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het ongeval en dat ook een berijder met diploma waarschijnlijk was gevallen.
Daarom wordt het beroep van de verzekeraar op de garantievoorwaarde verworpen en wordt het tussenvonnis van de rechtbank bekrachtigd. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afhandeling van de schadestaatprocedure. Nationale Nederlanden wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.