Partijen zijn in 2007 gehuwd en hebben een kind met dubbele Marokkaanse en Nederlandse nationaliteit. Na echtscheiding is geen afspraak gemaakt over kosten van verzorging en opvoeding van het kind. De vrouw startte in Marokko een alimentatieprocedure tegen de man.
De man vorderde in kort geding dat de vrouw de procedure in Marokko zou staken wegens vermeend onrechtmatig handelen en misbruik van procesrecht. De voorzieningenrechter gaf hem deels gelijk, maar het hof vernietigt dit vonnis.
Het hof oordeelt dat de vrouw voldoende belang heeft bij de procedure in Marokko en dat het niet aannemelijk is dat zij misbruik maakt van procesrecht of onrechtmatig handelt. De Marokkaanse rechter kan bevoegd zijn gezien de dubbele nationaliteit en internationale aspecten.
De vordering van de man wordt afgewezen en de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.