Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven met eiswijziging;
- de memorie van antwoord;
- de op 8 maart 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij partij [geïntimeerde] pleitnotities heeft overgelegd.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat centraal of de geïntimeerde boetes verschuldigd is aan I-Workx wegens overtreding van een contractueel relatiebeding in zijn arbeidsovereenkomst. De geïntimeerde was via I-Workx tewerkgesteld bij Volta Limburg B.V. en trad na beëindiging van de terbeschikkingstelling bij Volta in dienst bij diezelfde onderneming. I-Workx stelde dat dit in strijd was met het relatiebeding en vorderde betaling van boetes.
De kantonrechter oordeelde dat het relatiebeding nietig is op grond van artikel 9a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), dat belemmeringen verbiedt voor het aangaan van een arbeidsovereenkomst tussen de arbeidskracht en de opdrachtgever na afloop van de terbeschikkingstelling. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt dat het relatiebeding nietig is omdat de relatie tussen I-Workx en Volta was geëindigd toen de geïntimeerde bij Volta in dienst trad.
Het hof gaat ook in op de uitleg van het relatiebeding en oordeelt dat I-Workx onvoldoende heeft aangetoond dat het beding ook betrekking had op voormalige opdrachtgevers. De vorderingen tot betaling van boetes worden afgewezen. Daarnaast wijst het hof het beroep van I-Workx op verrekening van de eindafrekening met de boetes af en bevestigt het de toekenning van wettelijke verhoging en rente aan de geïntimeerde. I-Workx wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van I-Workx af en bevestigt dat het relatiebeding nietig is op grond van artikel 9a Waadi.