Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige](hierna te noemen: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over het hoofdverblijf van hun minderjarige kind, geboren in 2006. De rechtbank had eerder het hoofdverblijf bij de moeder vastgesteld met een zorgregeling waarbij het kind ongeveer de helft van de tijd bij elke ouder verblijft. De vader ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De vader stelde dat het hoofdverblijf bij hem moest worden vastgesteld omdat hij beter in staat zou zijn om aan de informatie- en consultatieverplichtingen te voldoen en verwees naar financiële aspecten en de feitelijke gelijkwaardige zorgverdeling. De moeder betoogde dat het niet nodig was het hoofdverblijf te wijzigen en dat het goed ging met het kind in de huidige situatie.
Het hof heeft de mening van de minderjarige zelf betrokken, die geen voorkeur uitsprak voor een wijziging van het hoofdverblijf. Het hof oordeelde dat de door de vader aangevoerde problemen vooral betrekking hadden op de ouderrelatie en niet op het belang van het kind. Omdat het goed gaat met het kind en er geen feiten zijn die een wijziging rechtvaardigen, blijft het hoofdverblijf bij de moeder. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de vader af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt het hoofdverblijf van de minderjarige bij de moeder.