Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7762225 CV EXPL 19-2961)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties (1 tot en met 10);
- het H5-formulier met een uitstelverzoek rolhandeling d.d. 26 mei 2020;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties (1 tot en met 5);
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met productie 11.
3.De beoordeling
kantonrechterheeft in het bestreden vonnis:
- de proceskosten gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;
- de vordering voor het overige afgewezen;
- de man veroordeeld om aan de vrouw te betalen een bedrag van € 3.665,-- vanwege onttrekkingen van de beleggersrekening, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 juni 2019 tot de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;
- de vordering voor het overige afgewezen.
manheeft tijdig hoger beroep ingesteld. Hij heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke vernietiging van het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende:
- de aanslag inkomstenbelasting 2014 (grief 1
- de omzetbelasting 2012 en 2013 (grief 2);
- de kosten van het periodiek onderhoud van de cv ketel (grief 3);
- de beleggersrekening (grief 5).
vrouwheeft de grieven in principaal hoger beroep weersproken. Daarnaast heeft zij incidenteel hoger beroep ingesteld. Zij heeft geconcludeerd:
- onrechtmatig handelen door de man (grief I);
- de beslagkosten (grief II).
hofkomt thans toe aan de beoordeling van de grieven. Het hof zal eerst een oordeel geven over de uitleg van de artt. 3.5 en 5.1 van het convenant. Daarna wordt de vraag beantwoord of de man onrechtmatig beslag onder de vrouw heeft gelegd.
kantonrechterheeft in rov. 3.3. over art. 5.1. van het convenant overwogen dat die bepaling in beginsel betekent dat alle aanslagen inkomstenbelasting die betrekking hebben op de in het convenant genoemde jaren voor rekening van beide partijen komen, ieder voor de helft.
naheffinginkomstenbelasting 2014 overwoog de kantonrechter vervolgens:
manheeft de kantonrechter de voorlopige aanslagen en teruggaven over het jaar 2014 ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Hij licht zijn grief als volgt toe.
- door de man ontvangen voorlopige teruggave 2014: € 14.593,--. Hiervan heeft hij € 9.525,-- aan de vrouw voldaan. Dat is € 2.228,50 meer dan de door hem aan de vrouw verschuldigde helft van de voorlopige teruggave;
- door de man betaalde definitieve aanslag over 2014: € 29.837,--. De helft van deze aanslag (€ 14.918,50) komt voor rekening van de vrouw;
vrouwheeft de grief weersproken.
hofoverweegt als volgt.
6 Aanslag inkomstenbelasting
2012en
2013nog niet geregeld zijn, is derhalve geen sprake van navorderingsaanslagen. De ingediende aangiften inkomstenbelasting 2012 en 2013 worden conform de correctie genoemd onder de punten 3.2.1; 3.2.2 en 3.2.3 aangepast. Er is hier sprake van een primitieve aanslagregeling.
7.Naheffingsaanslag omzetbelasting
9.Afspraken
kantonrechteroverwoog over de omzetbelasting als volgt.
manricht zich tegen deze afwijzing (van in totaal € 3.541,--). Hij licht deze grief als volgt toe.
vrouwstelt dat de uitleg van de man niet strookt met de tekst van het convenant, die duidelijk is. De door de man gestelde bedoeling van partijen blijkt nergens uit. Het had op de weg van de man gelegen om duidelijk te maken dat een grammaticale uitleg van de overeenkomst leidt tot een onaanvaardbaar resultaat.
hofoverweegt als volgt. In geschil is of de vrouw op grond van art. 5.1 van het convenant ook draagplichtig is voor de (naheffingsaanslag) omzetbelasting. Ter beantwoording van die vraag dient het hof deze bepaling, met toepassing van de Haviltex-maatstaf, uit te leggen (zie rov. 3.5.4. hiervóór).
kantonrechterheeft de vordering inzake de onderhoudskosten van de cv ketel afgewezen. Daartoe overwoog de kantonrechter in rov. 3.19. als volgt.
manricht een grief tegen dit oordeel. Sprake is van een lopend contract voor periodiek onderhoud aan de cv ketel (prod. 9 bij mvg). Artikel 3.5 van het convenant treft een voorziening voor groter onderhoud (zoals schilderwerk) en niet voor eenvoudige lopende onderhoudscontracten waarmee de vrouw ook bekend was. De vrouw moet daarom de helft van deze kosten (€ 85,60) aan de man betalen.
vrouwweerspreekt de grief. De man interpreteert art. 3.5 van het convenant aldus dat de bepaling alleen geldt voor groot onderhoud en niet voor lopende onderhoudscontract-en, maar dat strookt niet met de inhoud van dit artikel.
hofdient de vraag te beantwoorden of onder de “onderhoudslasten” zoals genoemd in art. 3.5 van het convenant ook de kosten van lopende onderhoudscontracten worden begrepen. Daartoe dient het hof art. 3.5 uit te leggen. Die uitleg dient te geschieden met inachtneming van de zogenoemde Haviltex-maatstaf. Het hof verwijst hiervoor naar rov. 3.5.4. hiervóór.
kantonrechteroordeelde dat de man € 7.330,-- aan de beleggingsrekening heeft onttrokken en de helft hiervan aan de vrouw dient te vergoeden. Hij overwoog hiertoe als volgt.
mandat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat de man gelden aan de beleggersrekening heeft onttrokken.
vrouwheeft de grief weersproken. Partijen hadden een beleggingsdepot. Dit depot was bestemd om de op de echtelijke woning rustende hypothecaire verplichting (gedeeltelijk) af te lossen.
hofoverweegt als volgt.
kantonrechteroverwoog in rov. 3.43. dat de vordering van de man op de vrouw hoger is dan andersom. Daarom is geen sprake van een onrechtmatige beslaglegging. De vordering van de vrouw is daarom afgewezen.
vrouwheeft de kantonrechter de man ten onrechte niet veroordeeld de door hem veroorzaakte kosten van het beslag aan haar te vergoeden. Zij licht haar grief als volgt toe.
manbetoogt dat de grief faalt. Uit het convenant blijkt niet dat de man een bedrag aan de vrouw moet voldoen. De deurwaarder mocht dus tot executie overgaan. Zelfs na betaling via beslag resteert nog een vordering van hem op de vrouw, zodat geen sprake is van een onrechtmatig beslag.
hofoverweegt als volgt.
Totale verrekenvordering