Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- [minderjarige 1], voornoemd, geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ;
hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.
- [de moeder], wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. M. Erkens;
- [de vader], wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de vader;
- Stichting Jeugdbescherming Brabant,gevestigd te [vestigingsplaats] en mede kantoorhoudende te [kantoorplaats] , de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI.
Raad voor de Kinderbescherming,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Erkens namens de moeder;
- de heer [vertegenwoordiger van de GI 1] en mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 2] namens de GI.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van dit gesprek zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.
3.De beoordeling
19 augustus 2021 afgewezen. Mede om die reden heeft de moeder ervoor gekozen om niet persoonlijk aanwezig te zijn tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep.
Dat laatste is het geval ten aanzien van een verzoek als bedoeld in artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Een minderjarige wiens verzoek tot benoeming van een bijzondere curator is afgewezen, kan daartegen dus zonder te worden vertegenwoordigd door een wettelijk vertegenwoordiger of bijzonder curator een rechtsmiddel aanwenden (vgl. HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1409), mits in het hoger beroep vertegenwoordigd door een advocaat.