Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in hoger beroep na cassatie en verwijzing
- de memorie na verwijzing van [appellante] met producties;
- de memorie van antwoord na verwijzing van [geintimeerde] met productie;
2.De beoordeling na cassatie en verwijzing
[e-mailaccount]namens [appellante] aan de secretaris van [geintimeerde] :
[ZZP-er]
- (op grond van onrechtmatige facebookuitlatingen van [ZZP-er] in 2014) zal veroordelen tot betaling van € 13.200,-- met wettelijke rente,
- (wegens onterechte beslaglegging) zal verklaren voor recht dat [appellante] aansprakelijk is voor de schade die [geintimeerde] door het conservatoir derdenbeslag heeft geleden schade en bestaat uit de rente die [geintimeerde] aan [naam 1] over de geleende € 80.000,-- verschuldigd is met een maximum van € 16.653,18,
- te vermeerderen met de proces- en nakosten.
- het beroepen vonnis in reconventie bekrachtigd;
- onder vernietiging van het beroepen vonnis in conventie, [geintimeerde] veroordeeld tot betaling van € 27.403,65, vermeerderd met wettelijke rente over € 26.365,-- vanaf 17 november 2014 en tot betaling van de proceskosten in conventie en in principaal en incidenteel beroep en in de nakosten.
- dat ten aanzien van elk van de tussen 5 juni 2012 en 3 mei 2013 door [appellante] aan [geintimeerde] voor totaal € 26.365,-- overgeboekte bedragen sprake is geweest van schenking zodat principale grief 1 van [appellante] (waarmee werd opgekomen tegen het andersluidende rechtbankoordeel) slaagt (rov. 4.7 t/m 4.9);
- dat vast staat dat [geintimeerde] in 2011 op haar website en in een flyer een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven door mede te delen dat zij de grond waarop de mandir zou worden gebouwd had gekocht en dat deze grond aan haar in eigendom werd overgedragen (rov. 4.16);
- dat in het geval dat [ZZP-er] mocht hebben geweten dat niet [geintimeerde] maar [commissaris geintimeerde] eigenaar was van de grond, die wetenschap hier niet als wetenschap van [appellante] heeft te gelden zodat de door [appellante] ingeroepen vernietiging wegens dwaling ten tijde van de schenkingen opgaat (rov. 4.17 t/m 4.26);
- dat de schenkingen daadwerkelijk voor de bouw van de mandir zijn aangewend en [commissaris geintimeerde] inmiddels een recht van erfpacht en opstal aan [geintimeerde] heeft verleend, niet kan afdoen aan de ingeroepen vernietiging wegens dwaling zodat principale grief 2 van [appellante] (waarmee werd opgekomen tegen het andersluidende rechtbankoordeel om het dwalingsberoep niet te honoreren) slaagt (rov. 4.23 t/m 4.25).
De vermelding van de functie van managing partner en het persoonlijke e-mailadres van [ZZP-er] bij [appellante] impliceren dat [ZZP-er] als vertegenwoordiger van [appellante] kan worden aangemerkt en dat de wetenschap waarover [ZZP-er] beschikt aan [appellante] moet worden toegerekend (memorie van antwoord onder 2.43).
Het komt voor risico van [appellante] dat [ZZP-er] zich als vertegenwoordiger van [appellante] kon voordoen. In dat verband heeft [geintimeerde] gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671 (ING/Bera). [appellante] had er maar voor moeten zorgen dat [ZZP-er] zich niet als vertegenwoordiger van [appellante] kon voordoen. (memorie van antwoord onder 2.63-2.65).
dat [ZZP-er] zwager [directeur appellante] statutair directeur en enig aandeelhouder van [appellante] is om de overtreding van een relatiebeding door [ZZP-er] te maskeren;
dat [ZZP-er] bij [appellante] de feitelijke gang van zaken bepaalt en [appellante] als zijn eigen bedrijf beschouwt;
dat [directeur appellante] zelf ondeskundig is op het terrein waarop [appellante] zich beweegt;
dat alleen [ZZP-er] [appellante] draaiende houdt;
dat [ZZP-er] zich in zijn correspondentie namens [appellante] als managing partner presenteerde;
dat [ZZP-er] in een e-mail van 23 mei 2014 heeft bericht: “ [appellante] wordt [nieuwe naam appellante] . Per 1 juni 2014 gaan wij verder onder de naam [nieuwe naam appellante] ”;
dat [ZZP-er] thans in zijn hoedanigheid van belastingadviseur een eenmanszaak drijft onder de naam [nieuwe naam appellante] en dat [appellante] en [nieuwe naam appellante] beide zijn gevestigd op het woonadres van [ZZP-er] .