Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 november 2016 tot en met 29 mei 2017, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, terwijl hij (telkens) als degene die het gezag uitoefende over de jongere [naam jongere 1] , geboren op [geboortedatum jongere 1] , althans terwijl hij zich (telkens) met de feitelijke verzorging van die jongere had belast, (telkens) niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, als leerling van een school, was ingeschreven;
hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 november 2016 tot en met 29 mei 2017, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, terwijl hij (telkens) als degene die het gezag uitoefende over de jongere [naam jongere 2] , geboren op [geboortedatum jongere 2] , althans terwijl hij zich (telkens) met de feitelijke verzorging van die jongere had belast, (telkens) niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, als leerling van een school, was ingeschreven.
hij in de periode van 25 november 2016 tot en met 29 mei 2017 in Nederland, terwijl hij als degene die het gezag uitoefende over de jongere [naam jongere 1] , geboren op [geboortedatum jongere 1] , niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, als leerling van een school, was ingeschreven;
hij in de periode van 1 februari 2017 tot en met 29 mei 2017 in Nederland, terwijl hij als degene die het gezag uitoefende over de jongere [naam jongere 2] , geboren op [geboortedatum jongere 2] , niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, als leerling van een school, was ingeschreven.
1.
Bijzonderheden
2.
Onder „overwegend bezwaar tegen de richting van het onderwijs" moet worden verstaan een bezwaar dat zwaarder weegt dan het nadeel dat het kind in het geheel geen onderwijs krijgt. Dit is een zo persoonlijke zaak, dat een zuivere beoordeling door de een of andere instantie, naar de mening van de ondergetekende nauwelijks mogelijk is”, aldus de staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen.
nietworden verstaan bezwaar tegen de soort van het onderwijs, tegen de leerplicht als zodanig of tegen de wettelijke inrichting van het onderwijs;
nietworden begrepen een voorkeur voor thuisonderwijs of een voorkeur uit pedagogische overwegingen. Ook de enkele omstandigheid dat de betrokken ouder zelf het bezwaar heeft aangemerkt als stoelend op een levensovertuiging brengt niet mee dat dit bezwaar reeds om die reden kan worden aangemerkt als een overwegende bedenking tegen de richting van het onderwijs op alle scholen die binnen een redelijke afstand van de woning zijn gelegen.”
het hof begrijpt: van de Leerplichtwet 1969)met betrekking tot verdachtes dochter [naam jongere 1] in de pleegperiode 7 september 2015 tot en met 15 november 2015.
BESLISSING
geldboetevan
€ 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis.
geldboetemag worden voldaan in
6 (zes) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 50,00 (vijftig euro).
Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 1 (één) week.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.